Hulp met zin ontleden!
donderdag 19 mei 2011 om 19:25
Hoi allemaal,
Ik ben bezig met het nakijken van een stel zinnen die redekundig ontleed moesten worden (dus zinsdelen worden los benoemd: onderwerp, werkwoordelijk gezegde, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, bijwoordelijke bepaling)
Nu heb ik problemen met de volgende zin:
Wij zullen in de loop van de middag vanuit het kantoor met u telefoneren.
Het zinsdeel 'met u' kan ik niet benoemen. Het is geen meewerkend voorwerp (want niet aan- of voor-) en voor zover ik weet ook geen bijwoordelijke bepaling.
Wie kan mij helpen?
Overigens: de rest van de zin snap ik wel helemaal (ook al klinkt hij nogal krom), het gaat dus alleen om het onderdeel 'met u'
Groetjes,
Julia
Ik ben bezig met het nakijken van een stel zinnen die redekundig ontleed moesten worden (dus zinsdelen worden los benoemd: onderwerp, werkwoordelijk gezegde, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, bijwoordelijke bepaling)
Nu heb ik problemen met de volgende zin:
Wij zullen in de loop van de middag vanuit het kantoor met u telefoneren.
Het zinsdeel 'met u' kan ik niet benoemen. Het is geen meewerkend voorwerp (want niet aan- of voor-) en voor zover ik weet ook geen bijwoordelijke bepaling.
Wie kan mij helpen?
Overigens: de rest van de zin snap ik wel helemaal (ook al klinkt hij nogal krom), het gaat dus alleen om het onderdeel 'met u'
Groetjes,
Julia
donderdag 19 mei 2011 om 19:34
@ Elynn, dankjewel. Ik blijf het nog steeds een beetje gek vinden, maar een LV is het iig niet (want: Wie/Wat zullen wij telefoneren?)
Een bijwoordelijke bepaling moet je toch altijd kunnen benoemen, bijv. een bijw. bep. van plaats ('in de keuken') of van tijd ('om 7uur) of van hoedanigheid ('met de fiets'). Wat is dit dan?
Een bijwoordelijke bepaling moet je toch altijd kunnen benoemen, bijv. een bijw. bep. van plaats ('in de keuken') of van tijd ('om 7uur) of van hoedanigheid ('met de fiets'). Wat is dit dan?
donderdag 19 mei 2011 om 19:37
*Knip, plak van digischool*
Om de volgende redenen kan een woord of woordgroep tot een bijwoordelijke bepaling worden gerekend:
1. Er wordt een plaats of tijd aangeduid.
2. Er wordt iets gezegd over een werkwoord. -> in jouw zin zegt met u iets over het telefoneren.
3. Er wordt iets gezegd over een bijvoeglijk naamwoord.
4. Er wordt iets gezegd over een bijwoordelijke bepaling.
5. Je hebt te maken met een ‘restwoord’.
6. Er wordt antwoord gegeven op ‘restvragen’.
Om de volgende redenen kan een woord of woordgroep tot een bijwoordelijke bepaling worden gerekend:
1. Er wordt een plaats of tijd aangeduid.
2. Er wordt iets gezegd over een werkwoord. -> in jouw zin zegt met u iets over het telefoneren.
3. Er wordt iets gezegd over een bijvoeglijk naamwoord.
4. Er wordt iets gezegd over een bijwoordelijke bepaling.
5. Je hebt te maken met een ‘restwoord’.
6. Er wordt antwoord gegeven op ‘restvragen’.
donderdag 19 mei 2011 om 19:39
Bijwoordelijke bepaling !
citaat:
Bijwoordelijke bepalingen zeggen meestal iets over een tijd, of een plaats of over een oorzaak, een middel een omstandigheid, een hoedanigheid.
U kunt een bijwoordelijke bepaling vinden door vragen te stellen als
Wanneer, waar, waardoor / door wie, waarmee / met wie, hoe
citaat:
Bijwoordelijke bepalingen zeggen meestal iets over een tijd, of een plaats of over een oorzaak, een middel een omstandigheid, een hoedanigheid.
U kunt een bijwoordelijke bepaling vinden door vragen te stellen als
Wanneer, waar, waardoor / door wie, waarmee / met wie, hoe
donderdag 19 mei 2011 om 19:51
donderdag 19 mei 2011 om 19:55
quote:sosofie schreef op 19 mei 2011 @ 19:48:
Volgens mij is het geen vzv, want dan hoort het voorzetsel 'vast' bij het werkwoord.
Bijvoorbeeld: ik betrap hem op spieken, op spieken is dan het vzvVolgens mij, maar goed, ik heb het ook over dik 25 jaar oude lesstof, is met wel een vast voorzetsel bij telefoneren. Want als je het voorzetsel weglaat, dan betekent het werkwoord weliswaar nog steeds hetzelfde, maar is de logische vraag direct "met wie was je aan het telefoneren?"
En volgens mij was het zo dat in dergelijke gevallen het voorzetsel als vast beschouwd werd.
Zijn er geen forummers die nu nog op school zitten of voor wie het minder lang geleden is?
Volgens mij is het geen vzv, want dan hoort het voorzetsel 'vast' bij het werkwoord.
Bijvoorbeeld: ik betrap hem op spieken, op spieken is dan het vzvVolgens mij, maar goed, ik heb het ook over dik 25 jaar oude lesstof, is met wel een vast voorzetsel bij telefoneren. Want als je het voorzetsel weglaat, dan betekent het werkwoord weliswaar nog steeds hetzelfde, maar is de logische vraag direct "met wie was je aan het telefoneren?"
En volgens mij was het zo dat in dergelijke gevallen het voorzetsel als vast beschouwd werd.
Zijn er geen forummers die nu nog op school zitten of voor wie het minder lang geleden is?
Am Yisrael Chai!
donderdag 19 mei 2011 om 20:01
Dit vind ik zo gauw op google:
Het voorzetselvoorwerp
Een voorzetselvoorwerp begint altijd met een vast voorzetsel.
Een voorzetselvoorwerp komt voor bij werkwoorden met een vast voorzetsel.
Het voorzetsel verbindt het voorzetselvoorwerp met het gezegde.
Enkele voorbeelden:
Ik twijfel aan deze methode. (twijfelen aan)
Ik ben niet tevreden met deze computer. (tevreden zijn met)
Ik luister niet graag naar hem. (luisteren naar)
Ik waarschuwde haar voor de gevolgen. (waarschuwen voor)
Ik verlang al maanden naar de skivakantie. (verlangen naar)
De onderstreepte zinsdelen zijn voorzetselvoorwerpen.
Bijwoordelijke bepaling of voorzetselvoorwerp?
Als het zinsdeel dat begint met het voorzetsel een plaats aangeeft, is het een bijwoordelijke bepaling.
Voorbeelden:
1. Deze jongen staat werkelijk voor niets.(voor niets = voorzetselvoorwerp)
De genodigden stonden voor een gesloten deur. (voor een gesloten deur.=.bij -
woordelijke bepaling)
3. Zij hingen aan zijn lippen. (aan zijn lippen = voorzetselvoorwerp)
De jas hangt aan de kapstok. (aan de kapstok = bijwoordelijke bepaling)
3. Zij heeft veel plezier in haar nieuwe baan. ( in haar nieuwe baan = voorzetselvoorwerp)
Zij werkt heel vaak in de mediatheek. (in de mediatheek = bijwoordelijke bepaling)
4. Zij wacht op haar vriendinnen. (op haar vriendinnen = voorzetselvoorwerp)
Hij wacht op het schoolplein. (op het schoolplein = bijwoordelijke bepaling)
Dus volgens mij voorzetselvoorwerp, toch?
Met u is figuurlijk, en geen plaatsaanduiding.
Het voorzetselvoorwerp
Een voorzetselvoorwerp begint altijd met een vast voorzetsel.
Een voorzetselvoorwerp komt voor bij werkwoorden met een vast voorzetsel.
Het voorzetsel verbindt het voorzetselvoorwerp met het gezegde.
Enkele voorbeelden:
Ik twijfel aan deze methode. (twijfelen aan)
Ik ben niet tevreden met deze computer. (tevreden zijn met)
Ik luister niet graag naar hem. (luisteren naar)
Ik waarschuwde haar voor de gevolgen. (waarschuwen voor)
Ik verlang al maanden naar de skivakantie. (verlangen naar)
De onderstreepte zinsdelen zijn voorzetselvoorwerpen.
Bijwoordelijke bepaling of voorzetselvoorwerp?
Als het zinsdeel dat begint met het voorzetsel een plaats aangeeft, is het een bijwoordelijke bepaling.
Voorbeelden:
1. Deze jongen staat werkelijk voor niets.(voor niets = voorzetselvoorwerp)
De genodigden stonden voor een gesloten deur. (voor een gesloten deur.=.bij -
woordelijke bepaling)
3. Zij hingen aan zijn lippen. (aan zijn lippen = voorzetselvoorwerp)
De jas hangt aan de kapstok. (aan de kapstok = bijwoordelijke bepaling)
3. Zij heeft veel plezier in haar nieuwe baan. ( in haar nieuwe baan = voorzetselvoorwerp)
Zij werkt heel vaak in de mediatheek. (in de mediatheek = bijwoordelijke bepaling)
4. Zij wacht op haar vriendinnen. (op haar vriendinnen = voorzetselvoorwerp)
Hij wacht op het schoolplein. (op het schoolplein = bijwoordelijke bepaling)
Dus volgens mij voorzetselvoorwerp, toch?
Met u is figuurlijk, en geen plaatsaanduiding.
Am Yisrael Chai!
donderdag 19 mei 2011 om 20:10
donderdag 19 mei 2011 om 20:19
quote:Elynn schreef op 19 mei 2011 @ 20:10:
Het is figuurlijk en geen plaatsaanduiding, maar wat wordt er precies bedoeld met een vast voorzetsel? Bij verlangen naar, luisteren naar, twijfelen aan kan het niet worden vervangen door een ander voorzetsel. Bij telefoneren kan dat wel: telefoneren met, telefoneren naar.
Ja, jezus, nou weet ik het ook niet meer, hoor.
Sosofietje, ik weet lekker wat jouw beroep is . Foei!
Ik ga mijn vader bellen, die weet het geheid. Anders slaap ik vannacht niet.
Het is figuurlijk en geen plaatsaanduiding, maar wat wordt er precies bedoeld met een vast voorzetsel? Bij verlangen naar, luisteren naar, twijfelen aan kan het niet worden vervangen door een ander voorzetsel. Bij telefoneren kan dat wel: telefoneren met, telefoneren naar.
Ja, jezus, nou weet ik het ook niet meer, hoor.
Sosofietje, ik weet lekker wat jouw beroep is . Foei!
Ik ga mijn vader bellen, die weet het geheid. Anders slaap ik vannacht niet.
Am Yisrael Chai!