Verhip, dat is kras!

14-06-2010 15:53 101 berichten
Alle reacties Link kopieren
In dit topic praten we beeldverhaaltaal.



Liefst die uit de oude stripboeken, die is het leukst. Sapristi, dat zal plezant worden. Kom maar op, whoeaah!
Ik vind hier dingen van.
"Ik geloof dat ze moeilijkheden hebben aan de andere kant van de grens".
"Ik wil vis!"
"Dat moest onze bard eens zien!"
Alle reacties Link kopieren
Alesia? Ik ken geen Alesia! Ik heb nog nooit gehoord van Alesia! Ik weet niet waar Alesia ligt!
Ik vind hier dingen van.
quote:Sabeltandcavia schreef op 14 juni 2010 @ 16:47:

Alesia? Ik ken geen Alesia! Ik heb nog nooit gehoord van Alesia! Ik weet niet waar Alesia ligt!Hij gooide zijn wapenen aan de voeten van Vercingetorix, maar dat deel van de geschiedenis vergeten we.
Alle reacties Link kopieren
Holy macaroni! I am freaking out!

Whooooosh! Kapooooooooooooow!...
Alle reacties Link kopieren
Mensen ik ben even ribbedebie (lees: gaat iets nuttigs doen).
Ik vind hier dingen van.
Alle reacties Link kopieren
En mijn zweepslagen dan? He!
Alle reacties Link kopieren
Mochten sommigen in de senaat geprofiteerd hebben van de naiviteit van Caesar.....



NAIEF????IK???????
Alle reacties Link kopieren
Dit bier schuimt. Bovendien is het niet warm genoeg.
"U heeft nog steeds een dikke neus".
Alle reacties Link kopieren
In de patatten, in de olie, hmmm, ik moet daar eens met Nicotineke over spreken.
"Jouw vis stinkt"
Alle reacties Link kopieren
HIJ PRAATTE TEGEN MIJN ZUSTER!
Alle reacties Link kopieren
Uw zuster interesseert me niet.....



Hoezo, vind je mijn zuster niet aardig dan?



Jawel, maar......



HOUD ME TEGEN, HIJ VINDT MIJN ZUSTER AARDIG!
Wat een humor he, in A&O. En al die verwijzingen. Briljant.

En hoe de volkeren zo typisch worden neergezet.

Nooit meer te evenaren.
HET IS EEN KLASSIEK voorbeeld van een 'onvertaalbare' Asterix-passage. Asterix en Obelix zijn onderweg naar Afrika om Tragicomix te behoeden voor een vroegtijdige dood als huursoldaat in het Romeinse legioen. In volle zee komen zij een piratenschip tegen, dat door de stripfiguren in luttele seconden tot vlot wordt verbouwd. Eenmaal bekomen van de schrik verzucht een van de schipbreukelingen: ,,Je suis médusé!'' (ik sta versteld), door de Nederlandse vertaler vertaald met: ,,Ach, 't went wel.'' Maar de gemiddelde Franse lezer weet beter: het door Uderzo getekende vlot lijkt verdacht veel op het door Théodore Géricault geschilderde Le radeau de la Méduse. Op dit schilderij, dat in het Louvre is te bezichtigen, worden vijftien schipbreukelingen van Méduse afgebeeld. Dit Franse fregat zonk in 1816 voor de Afrikaanse westkust.



,,Een geniale cultuurhistorische woordspeling'', oordeelde de Britse vertaler Derek Hockridge in The Times Educational Supplement van 2 oktober 1981, veertien jaar na verschijning van het betreffende album Astérix Légionnaire (Het 1ste legioen). Hockridge zelf kwijt zich overigens ook goed van zijn taak. ,,We've been framed, by Jericho'', klaagt de verstekeling in de Britse editie. Letterlijk: ,,We zijn er goddomme ingeluisd.'' Maar figuurlijk: ,,We zijn door Jericho (Géricault) ingelijst. Hockridge verwijst - anders dan de Franse striptekenaar Goscinny - niet naar de titel van het schilderij, maar naar de naam van de kunstenaar. De cultuurhistorische woordspeling blijft niettemin in stand.



Asterix wordt anno 2000 in liefst 92 talen en dialecten vertaald, waaronder het Limburgs en Esperanto. Uitgaven bestaan ook in braille. De eerste Nederlandse vertaling verscheen in 1964, in het jeugdblad Pep. Het ging om een voorpublicatie; twee jaar later volgde het eerste Nederlandstalige album, Asterix de Galliër, bij de Geïllustreerde Pers. Drie Nederlanders en een Vlaming namen sindsdien de vertaling van de Franse strip voor hun rekening, onder wie Frits van der Heide. De Amsterdammer vertaalde - eerst als medewerker van de Geïllustreerde Pers, later als zelfstandige - zeven strips: De lauwerkrans van Caesar ('73), De Romeinse Lusthof ('73), De Ziener ('74), Op Corsica ('74), De Roos en het Zwaard ('91), De Beproeving van Obelix ('96) en het tweede deel van De Helvetiërs ('73). Hij beschouwt Asterix - mede wegens de vele woordspelingen - als één van de moeilijkst vertaalbare strips.



De zogenoemde 'biertjes-passage', in het eerste deel van De Helvetiërs, bezorgde Van der Heides ex-collega Myriam Gianotten nogal wat hoofdbrekens. Asterix en Obelix moeten getweeën het stamhoofd Abraracourcix per schild transporteren, tot leedvermaak van enkele omstanders. Asterix suggereert dat Obelix het karwei afmaakt, waarop Abraracourcix, diep beledigd, antwoordt: ,,J'aurais l'impression de n'être qu'un demi-chef''. Letterlijk: ,,Ik zou het gevoel hebben dat ik maar een half opperhoofd ben.'' Maar demi betekent tevens 'biertje' in het Frans, hetgeen in deze context zeer toepasselijk is. ,,Ik moet mijn menhirs schoonwrijven'', werpt Obelix tegen, met een witte (obers)doek in zijn hand. ,,Tu refuses de me servir?!'', schreeuwt het opperhoofd. Ofwel: ,,Weiger je me van dienst te zijn?'' Maar ook: ,,Weiger je me op te dienen?'' Waarop Obelix demonstratief zijn doek over de arm legt en zijn chef als een biertje op het dienblad zet.



Van der Heide is blij dat hij de passage niet voor zijn rekening hoefde te nemen, want ,,de combinatie tekst-beeld is praktisch onvertaalbaar''. De vertaler: ,,In het Nederlands kennen we zo'n woordspeling niet, waardoor de dubbele bodem meteen wegvalt. Je kunt als vertaler ook geen alternatieve woordspeling bedenken, want aan het beeld en de grootte van de ballonnetjes valt niet te tornen.'' In Gianottens vertaling schreeuwt Abraracourcix dat het ,,het toppunt'' is dat Obelix hem weigert te dragen. Als Obelix zijn baas uiteindelijk toch op het 'dienblad' zet, merkt Asterix plagend op dat hij ,,een kleintje'' wegbrengt. Wie de uitdrukking 'een kleintje' (een biertje) niet kent, mist beide woordspelingen.



Als een vertaler er écht niet meer uitkomt, heeft hij één wapen achter de hand: compensatie. ,,Een goedmakertje voor eerder verlies'', noemt Derek Hockridge het in zijn artikel Trix of the trade in The Times Educational Supplement. Met toestemming van tekstschrijver Goscinny verving de Brit de naam Assurancetourix door het overtreffende 'Cacofonix', verwijzend naar het verschrikkelijke gezang van de gehate bard. Abraracourcix werd 'Vitalstatistics' (vitale maten), een zinspeling op de zwaarlijvigheid van het Gallische stamhoofd.



Ook Van der Heide wist de mislukte 'biertjes-passage' in het tweede deel van De Helvetiërs te compenseren. Twee Romeinse soldaten zwemmen rondjes in het meer van Genève, op zoek naar Asterix en Obelix. ,,Waar zijn ze gebleven'', vraagt de een. ,,Ils sont peut-etre allés au fond des choses'', antwoordt de ander: ,,Ze zijn misschien naar de bodem van het meer.'' Maar ook: ,,Ze zijn misschien tot de kern van de zaak doorgedrongen.''



Van der Heide bedacht een eigen woordspeling, die het origineel lijkt te overtreffen: ,,Misschien voelden ze nattigheid.'' De vertaler: ,,Twaalf onvertaalde woordspelingen betekent ernstig verlies. Als je er daarentegen tien compenseert, mag je als vertaler best tevreden zijn.'' Doorslaggevend is volgens hem of de vertaler een woordspeling heeft opgepikt. ,,Niets is erger dan er achteraf door een lezer op gewezen te worden dat Goscinny iets heel anders bedoelde.''



Een grote algemene kennis en een uitgebreid research-arsenaal zijn volgens ex-reclameman Van der Heide de beste uitgangspunten voor een goede Asterix-vertaling. Zelf beschikt hij over diverse Nederlandse en Franse woordenboeken en encyclopedieën, waaronder de Van Dale, de Larousse, de Petit Robert, de Quid (een soort Franse Who's Who) en een Latijns woordenboek.



Bieden deze bronnen geen uitkomst, dan belt hij zijn vriend en collega Jean. ,,Jean is geboren en getogen in Parijs, hij is goed op de hoogte van alle politieke en sociale ontwikkelingen. Dankzij hem weet ik nu dat de Franse directeur van het Olympia-theater in Parijs 'Cocatrix' heet, dat 'Squinotix' naar 'ski nautique' (waterskiën) verwijst en 'Doicrochus' naar 'doigts crochus' (kromme vingers, losse handjes).'' De zoektocht naar een gelijkwaardig equivalent voor Franse eigennamen is erg tijdrovend. Daar komt bij dat de tijdsdruk - door innovaties in het productieproces - steeds verder wordt opgevoerd. Van der Heide: ,,Een aantal collega's is afgehaakt. Ze vonden het een Gallisch karwei.''



In haar proefschrift Asterix bij de Bataven. De vertaalproblematiek in de Nederlandse stripwereld betoogt de Belgische taalwetenschapper Catherine Pape dat Nederlandse vertalingen van Asterix 'bescheidener' zijn dan het origineel. ,,In Nederland is een strip gewoon entertainment'', schrijft Pape. ,,In Frankrijk is hij veel meer en maakt hij aanspraak op literaire en esthetische kwaliteiten.'' Van der Heide is het met die stelling eens. ,,Terecht of niet, veel Franse stripmakers vinden dat ze literatuur schrijven. In Frankrijk worden strips als de negende kunst beschouwd.'' Grijnzend: ,,Een Nederlandse cartoonist hoeft niet aan te komen met een woordspeling op La Comédie Humaine. Geen scholier die hem begrijpt.''
Voor de omgang met het vreemde bestaat een mooi spreekwoord: 's Lands wijs, 's lands eer, en daarmee bedoelen we dat elke gewoonte even goed is als een andere. Dit respect is natuurlijk geen slechte zaak, maar deze denkwijze leidt wel vaak tot behoorlijk schaapachtig gedrag. Want terwijl de ene vreemdeling zich enorm verbaast over het uiterlijk van de andere, doen ze allebei alsof ze het normaal vinden. Niemand laat merken wat hij nu eigenlijk denkt, voelt of vindt en daardoor blijft het contact wel beleefd en politiek correct, maar evenzeer buitengewoon saai en onpersoonlijk. De beide vreemdelingen kunnen op deze manier meestal uitstekend samenwerken, maar tot een ware vriendschap leidt deze benadering in de regel niet.



Dat het ook anders kan, laten Asterix en Obelix zien. Hun avonturen brengen hen in contact met mensen in den vreemde die er - in Gallische ogen althans - wonderlijke gebruiken en gewoonten op nahouden. Vooral Obelix loopt hier steevast tegenaan en in tegenstelling tot zijn kleine compagnon maakt hij van zijn hart absoluut geen moordkuil. Obelix is nu eenmaal iemand die zijn gevoelens altijd openlijk toont en dat doet hij ook als hij te maken krijgt met cultuurverschillen. Zo laat de grote Galliër zonder schroom weten dat hij het Britse eten niet lekker vindt; hij vindt het krankzinnig dat de mensen in Rome boven op elkaar wonen, en in Griekenland maakt hij zich oprecht zorgen om de vorm van de gezichten van de mensen daar. Maar tegen de Britten, Romeinen of Grieken zelf heeft hij niets, integendeel. Hoe vreemder de mensen, hoe gemakkelijker Obelix met ze omgaat. Dit geldt bijvoorbeeld voor de Spanjaarden. Obelix moet eerst enorm wennen aan hun gewoontes, maar aan het einde van zijn reis lijkt hij zelf wel één van hen.



Bij de kennismaking met verschillende culturen wordt de hoofdrol dikwijls gespeeld door Obelix, omdat hij de fijnste neus heeft voor de charmes en de onhebbelijkheden van de vreemde volkeren waar Asterix en hij mee in aanraking komen. Zijn lijfspreuk 'rare jongens, die...' betekent namelijk alleen maar dat de grote Galliër in de regel als eerste ziet wat er anders is. Met deze woorden bedoelt Obelix niet te zeggen dat hij het vreemde afkeurt, hij kent het gewoon niet en daarom vindt hij het maar raar.



Zo valt het hem als eerste op dat de Britse neef van Asterix verkeerd om praat. Notax, zoals hij heet, zet de bijvoeglijke naamwoorden namelijk voor een zelfstandig naamwoord in plaats van erachter, zoals in Gallië dat de gewoonte is. Dit taalverschil merkt Obelix



meteen op en hij wordt er zo door gefascineerd dat hij Notax imiteert en - in de Franstalige editie - ook allerlei andere woorden op een verkeerde plaats begint te zetten. De dikke Galliër vindt het reuze komisch klinken, zo'n andere taal, en hij heeft wat dit betreft enorm veel plezier in die rare jongens.



Obelix staat ook altijd open voor iets nieuws. Wanneer hij samen met Asterix toeschouwer is bij een sportwedstrijd, vindt hij het fantastisch. Hij ziet ogenblikkelijk in wat er leuk is aan al die grote sterke kerels die tegen elkaar op beuken om een balletje aan de overkant van de lijn te krijgen. Het kost Asterix de grootste moeite om zijn vriend bij de wedstrijd weg te sleuren, want als het aan Obelix zelf gelegen had, was hij tot het einde gebleven; zo houd je nog eens iets leuks over aan een reisje naar het buitenland.



Wat Obelix in Britannia echter helemaal niet bevalt, is de keuken, en dat laat hij duidelijk merken ook. De Gallische lekkerbek heeft zelfs medelijden met de everzwijnen die door de Britten zijn klaargemaakt, en als hij een slok van het Britse bier neemt, steekt hij zijn afgrijzen niet onder stoelen of banken. Dan maar liever geen eten zolang hij in Britannia is! Toch betekent zijn afkeer voor de Britse keuken niet dat Obelix geen vriendjes kan worden met de Britten. Hij vindt hun taal lollig en van hun sportwedstrijden kan hij geen genoeg krijgen, maar hun eten is voor hem een reden om het land zo snel mogelijk weer te verlaten.



Met de Spanjaarden is het weer een heel ander verhaal. Voor Obelix is de eerste ontmoeting allesbehalve leuk of aantrekkelijk. Het jongetje Pepe, dat hij eerst zo schattig vindt, blijkt een klein lastpakje te zijn dat hem bijt, hem om klusjes stuurt en zijn vriendje Idefix afpikt. Toch groeit er langzaam maar zeker een hechte band tussen de grote Galliër en het kleine Spaanse jongetje, dat over eigenschappen blijkt te beschikken die Obelix bijzonder aanspreken. Zo moet de Galliër vreselijk lachen als Pepe zonder blikken of blozen tegen de chef van het dorp zegt dat hij diens neus te dik vindt. Obelix is erg ingenomen met deze neiging alles gewoon eerlijk en open te zeggen.



Helemaal geweldig vindt hij de Spaanse ademtruc. Van Pepe leert hij dat je gewoon je adem in moet houden tot je paars aanloopt omdat je dan altijd je zin krijgt. Ook is Obelix heel dankbaar dat Pepe hem bij de nomaden brengt. Hier leert hij een nieuwe kant van zijn persoonlijkheid kennen, als hij zich helemaal laat meesleuren door de charmes van de Spaanse zang en dans. In de Spaanse nacht ontdekt Obelix dat hij niet alleen een everzwijn verzwelgende Galliër is, maar ook een heftig en diep voelend mens. Onder de sterrenhemel leeft hij zich met de Spanjaarden uit in een dansfestijn waarin allerlei diep verborgen emoties naar boven komen.



Aan het einde van het avontuur blijkt pas hoe diep Obelix Spanje in zijn hart gesloten heeft. Snikkend neemt hij afscheid van Pepe en zijn dorp wanneer er een einde is gekomen aan de logeerpartij daar en Asterix hem komt halen. Thuis in Armorica kan het hem ook niets schelen dat hij bij het grote feest wordt uitgelachen als hij een Spaans zang- en dansnummer ten beste geeft. Hij weet nu dat waarachtige gevoelens getoond mogen worden, wat een ander er ook van vindt.



In Rome is er voor Obelix duidelijk minder te beleven. In deze miljoenenstad gebeurt weinig wat hem direct aanspreekt, of het zouden de helmen moeten zijn die er zo massaal te verzamelen zijn. Asterix daarentegen vindt de stad wel leuk, omdat er zo'n beroep op zijn inventiviteit gedaan wordt. Hij vindt het een uitdaging om eerst de kunst af te kijken en het spel dan mee te spelen. Onder zijn leiding schitteren de vrienden in hun rol van gladiator, kostbare huisslaaf en verstoten Romeinse misdadiger. Bovendien geeft Asterix zelf ook nog een prachtige voorstelling weg als topadvocaat, die zo mooi spreekt dat het hele gehoor tot tranen geroerd is.



In Griekenland zijn de ervaringen van Asterix en Obelix minder heftig. Deze keer zijn ze niet alleen, maar is het halve dorp meegegaan, zodat de Grieken op hun beurt kennis kunnen maken met de Gallische cultuur. Ondanks hun profiel, dat de Grieken zo'n nors uiterlijk geeft dat Obelix zich afvraagt of het wel goed met hen gaat, verdragen Galliërs en Grieken elkaar goed. In Hellas heeft niemand er moeite mee dat de Galliërs hun eigen eten hebben meegenomen en alle Grieken zijn zeer behulpzaam. De Griekse gerechten vallen bij Obelix in goede aarde en hij vindt het heerlijk om zich ook hier met de Griekse jongens en meisjes op de dansvloer uit te kunnen leven.



Wel vinden de Galliërs dat de Grieken zich aanstellen als het om sport gaat. Ze kunnen niet begrijpen waarom iedereen op de Griekse tribune zijn gezicht zo strak in de plooi houdt terwijl het zo spannend is. Bij hen geen gegil, gejoel en intelligent commentaar, maar een enkel afgepast knikje of de gemompelde naam van een overwinnaar. Voor Obelix, die weet hoe het in Britannia toegaat, is dit geen sport, maar een nogal saaie vertoning. Hier zwijgt het publiek zelfs nog als de ene spierbonk de andere met veel geweld de grond instampt.



Opgewonden worden de Grieken alleen als het om hun zitplaats gaat. Wanneer een van de kolossen van Rhodos een plaatsje voor zijn broer bezet houdt als Obelix net wil gaan zitten, komen de emoties los. Woedend weigert de Griek Obelix de plek die voor zijn familielid bedoeld is, en Obelix' reactie is al even driftig als hij zich met geweld de plaats verovert waar hij zijns inziens recht op heeft. De grote Galliër toont hier opnieuw zijn neiging om vreemdelingen rechtstreeks en persoonlijk te benaderen. Nu maakt hij ook contact, zij het op een manier die deze keer niet zo leuk uitvalt voor de Griek.



Politiek correct is Obelix dus nergens. Hij maakt van zijn hart geen moordkuil, en zegt hoe hij over de dingen denkt. Op deze manier maakt hij vaak beter contact dan mensen die alles netjes denken en doen. Door zijn gevoelens te tonen, doen de anderen dat ook, zodat iedereen elkaar beter begrijpt. En elkaar begrijpen, betekent ook hartelijk kunnen lachen om elkaars eigenaardigheden. Al dit moois is te danken aan de 'rare jongens'-methode van Obelix, die in staat is alle tegenstellingen en barrières tussen mensen en culturen te overwinnen.
Alle reacties Link kopieren
"Wat een ape-brassica!"



(Dat slaat niet op de postings hierboven hoor)
Ik vind hier dingen van.
Alle reacties Link kopieren
Bareuh...
Alle reacties Link kopieren
quote:Java schreef op 14 juni 2010 @ 21:40:

Bareuh...
Ik vind hier dingen van.
Alle reacties Link kopieren
Ik ben sprakeloos, bij het zien van.....
quote:Snormel schreef op 14 juni 2010 @ 23:05:

Ik ben sprakeloos, bij het zien van.....
Alle reacties Link kopieren
Gompie, dit topic loopt nog steeds.
Ik vind hier dingen van.
Alle reacties Link kopieren
(In ieder album)

"Wat een geheim agent al niet moet doen om incognito op kantoor te komen."



(20 albums later)

"Kijk, daar heb je meneer IJzerbrood die iedere dag incognito op zijn kantoor probeert te komen".
Ik vind hier dingen van.

Dit is een oud topic. Het topic is daarom gesloten.
Maak een nieuw topic aan om verder praten over dit onderwerp.

Terug naar boven