Zo, die moet eruit!
maandag 27 september 2010 om 18:40
Ik loop al de hele week met pijn. Pijn in mijn kaak, en angst.
Het was een goed geplande groepstreffer. Onder het motto: kill and attack. De Chinees, De Afghaan en de Israelier. Een vreemdere combinatie mensen kan je je niet voorstellen.
En toch moesten ze mij hebben. Ja, de afspraak was gepland. Nee, ik was niet op de hoogte van de consequenties.
De Chinees begon. Met een schamper lachje en een opmerking over mijn mooie mond begon hij te wroeten. Ik snapte hem niet, begreep niet wat er gebeurde, maar vertrouwde hem nog. Tot er foto's gemaakt werden. Dit was niet afgesproken. Het was pijnlijk. Maar het moest.
Daarna was de beurt aan de Afghaanse. Afkeurend keek ze me aan. Ik verzorgde mezelf niet goed, er lag vanalles open en bloot. Nee, dat moest anders. Ik moest weer puur worden. Lijdzaam onderging ik haar behandeling. Ik had immers weinig keus, liggend op een stoel.
En toen kwam de Israelier. Eerst kreeg ik een prik. Zo een waarvan je *woopsie* in de zevende hemel bent. Ik zag niks meer, er zat een doek voor mijn ogen. Ik voelde niks meer. Mijn verzet was gebroken. Verder dan vragen of ik alsjeblieft muziek mocht luisteren kwam ik niet. Gekraak, getrek en gewroet. Ik neuriede mee met de muziek, om mijn ademhaling onder controle te krijgen. Tot hij klaar was.
Mijn opluchting was voelbaar. Naar huis! Dat warme, veilige plekje.
En toch, ik weet dat ik terug moet. Ik moet terug naar de Chinees, omdat ik daar nou eenmaal elk halfjaar onder controle sta voor mijn gebit. Ik moet terug naar de Afghaanse, omdat haar mondhygienistische behandelingen nu eenmaal nodig zijn na mijn periode van medicatie. Ik moet terug naar de kaakchirurg, omdat er nog 3 verstandskiezen inzitten.
En nog snel ook, dankzij de aanpassingen in de verzekeringen. Den Haag, Bedankt!
Het was een goed geplande groepstreffer. Onder het motto: kill and attack. De Chinees, De Afghaan en de Israelier. Een vreemdere combinatie mensen kan je je niet voorstellen.
En toch moesten ze mij hebben. Ja, de afspraak was gepland. Nee, ik was niet op de hoogte van de consequenties.
De Chinees begon. Met een schamper lachje en een opmerking over mijn mooie mond begon hij te wroeten. Ik snapte hem niet, begreep niet wat er gebeurde, maar vertrouwde hem nog. Tot er foto's gemaakt werden. Dit was niet afgesproken. Het was pijnlijk. Maar het moest.
Daarna was de beurt aan de Afghaanse. Afkeurend keek ze me aan. Ik verzorgde mezelf niet goed, er lag vanalles open en bloot. Nee, dat moest anders. Ik moest weer puur worden. Lijdzaam onderging ik haar behandeling. Ik had immers weinig keus, liggend op een stoel.
En toen kwam de Israelier. Eerst kreeg ik een prik. Zo een waarvan je *woopsie* in de zevende hemel bent. Ik zag niks meer, er zat een doek voor mijn ogen. Ik voelde niks meer. Mijn verzet was gebroken. Verder dan vragen of ik alsjeblieft muziek mocht luisteren kwam ik niet. Gekraak, getrek en gewroet. Ik neuriede mee met de muziek, om mijn ademhaling onder controle te krijgen. Tot hij klaar was.
Mijn opluchting was voelbaar. Naar huis! Dat warme, veilige plekje.
En toch, ik weet dat ik terug moet. Ik moet terug naar de Chinees, omdat ik daar nou eenmaal elk halfjaar onder controle sta voor mijn gebit. Ik moet terug naar de Afghaanse, omdat haar mondhygienistische behandelingen nu eenmaal nodig zijn na mijn periode van medicatie. Ik moet terug naar de kaakchirurg, omdat er nog 3 verstandskiezen inzitten.
En nog snel ook, dankzij de aanpassingen in de verzekeringen. Den Haag, Bedankt!