Berusten in relatie zonder echte verbondenheid?

09-04-2010 22:16 127 berichten
Alle reacties Link kopieren
Dag allemaal,



Ik loop al een tijdje rond met een probleem, waar ik niet uit kom.

Ik heb nu ongeveer 8 jaar een relatie met een man. Het is een onstuimige relatie geweest. (Hij was verliefd op mij, ik zat met name met mezelf in de knoop en nam de relatie niet serieus. Na ongeveer een jaar werd ik ongepland zwanger. Ik wilde voor de relatie en het gezin gaan, maar hij wilde het niet en geloofde al langer niet meer in ons. Daarop zijn we uit elkaar gegaan. Sowieso altijd ge co-ouderd. Het is nog een paar keer aan en uit geweest nadien.)



En nu zijn we ongeveer anderhalf jaar bij elkaar. In de loop der jaren zijn we toch naar elkaar toegegroeid, serieuzer en stabieler geworden en nu wonen we zelfs sinds een half jaar samen in ons koophuis.



Ik heb deze keuze gemaakt, dus een huis kopen en samen verder gaan, terwijl de prognose slecht is, omdat ik er tóch vertrouwen in had dat we in ieder geval allebei iets goeds van de relatie willen maken. Omdat ik dacht dat we juist door alle ervaringen, elkaar toch het leukst vonden. Voor elkaar willen kiezen.

De ervaring heeft ook geleerd dat we beide bereid zijn tot overleg en beide water bij de wijn willen doen. En dat dat ook werkt. We zien het prettig samenleven als prioriteit.



Nu hadden we laatst een gesprek waar ik erg van geschrokken ben. Het kwam erop neer dat we tegen elkaar zeiden dat we waarschijnlijk niet de meest geschikte partner voor elkaar zijn. Dat als ons kind er niet geweest was, we waarschijnlijk ook niet naar elkaar toegegroeid waren, dat het anders was gelopen.



We zijn niet de meest geschikte partners voor elkaar, omdat ik bijvoorbeeld veel behoefte heb aan intimiteit/knuffelen/lieve woordjes/bevestiging, en hij niet. (Mede hierop is de relatie meerdere malen stuk gelopen.) En hij heeft bijvoorbeeld behoefte aan een partner die meer ambitieus is op werkgebied, om zich verbonden te voelen.



We voelen ons niet zo verbonden aan elkaar. Maar mijn vriend gaf aan dat dat van hem ook niet zo hoeft, dat het gewoon goed is zoals het is.

Hij is door de bank genomen tevreden en blij met de situatie, er gevoelens zijn, maar geeft toe dat er een gebrek aan gevoel van verbondenheid is. Hij houdt van me, máár.... En daar hoeft hij dus niet per sé iets mee.

Ik wil wél graag dat gevoel van verbondenheid erin brengen. En daarmee meer intimiteit. Ik wil die 'maar' wegnemen.



Maar volgens mij kan ik niet anders dan tot de conclusie komen dan dat de gevoelens van liefde en respect bij hem toch niet zo diep gaan als ik zou willen. Daar ben ik altijd bang voor geweest. Hij toont zijn liefde voor mij wél op andere manieren, maar dat komt mij mij niet echt binnen.



Maar nu komt mijn 'maar', ik vraag me af of ik wel genoeg van hem houd. Ik wil de dingen immers anders? Meer intimiteit dan hij me kan geven. Ik houd niet van hem zoals hij is, want zoals hij is vind ik hem te afstandelijk en soms ronduit respectloos.



Ik weet niet of ik me nu moet neerleggen bij het feit dat ik een keuze heb gemaakt, en moet accepteren dat ik in een relatie zit waarbij ik continue afstand voel, maar we het verder niet slecht hebben.



Als hij de dingen die hij heeft gezegd in dit gesprek tegen me had gezegd toen we voor de keuze stonden wel/niet samen verder, had ik het niet gedaan.



Ik wil het in ieder geval werkbaar maken, maar ik weet niet of dat haalbaar is als hij het goed vindt zoals het is.

Eigenlijk wil ik graag dat hij veel van mij houdt, en dat ook laat merken aan mij. Als hij liefde geeft, doe ik mee en groeit mijn gevoel voor hem ook weer.



Ik twijfel tussen berusting, acceptatie van het gebrek aan gevoelens, en toch weer het gesprek aangaan om te proberen iets op poten te zetten. Wat waarschijnlijk niet werkt want =geforceerd.



Ik weet het niet meer, iemand raad?
Alle reacties Link kopieren
Als ik nog iets dieper graaf, denk ik dat het niet zo was dat ik voelde dat ik bij hèm wou zijn.

Ik voelde dat ik graag de ronde cirkel van een heel gezin wilde maken. Ik voelde me getroost en geliefd en wilde daar meer van. Ik was huiverig voor een relatie met hem, omdat we in het verleden wel wilden, maar het toch steeds stuk ging. Het klopt wel dat mijn vertrouwen naderhand groeide, doordat we echt op een andere manier met elkaar omgingen.

Daardoor groeide mijn oprechte liefde voor hem ook.
Alle reacties Link kopieren
quote:Loesde schreef op 10 april 2010 @ 11:22:

Wat is dan emotioneel zelfstandig zijn?Dat jouw liefde voor hem meer is dan een spiegel van zijn liefde voor jou.
Vroeger toen de zee nog schoon was en seks vies....
Alle reacties Link kopieren
Dat zijn gedrag invloed heeft op jouw emoties zit bij jou. Jij bent probleemeigenaar van jouw emoties. Emoties zijn niet meer dan een gevolg van een gedachte die wordt bevestigd of gefrustreerd. Als je problemen hebt met je emoties zou je je gedachten moeten onderzoeken (dmv cognitieve therapie bijv.) dat staat los van je partner. Het gevoel afgewezen te zijn zal vast niet in deze relatie voor het eerst op zijn gekomen, de patronen waarin je vastloopt zeggen ook niet zoveel over jouw relaties maar ze zeggen alles over jou. Je schrijft al even iets over je moeder bijv. Ga in therapie en ontdek jezelf en ontdek hoe en waarom jij reageert op bepaalde situaties en leer stukje bij beetje dat anders te gaan doen. Grote kans dat de kwaliteit van jouw leven zal verbeteren
Alle reacties Link kopieren
quote:lolapaloeza schreef op 10 april 2010 @ 14:57:

[...]



Dat jouw liefde voor hem meer is dan een spiegel van zijn liefde voor jou.Prachtige zin .....echt heel mooi Thx
Alle reacties Link kopieren
Ik heb het hele topic nog eens door gelezen.



Ik probeer van alle rake, lieve en wijze opmerkingen een soort model te maken waar ik mezelf in kan gieten.



Ik neem voor mezelf zorgen in emotionele zin, als basis. Dat lijkt me heel fijn, dan kan ik er voor zorgen dat ik me vaker gelukkig voel in combinatie met mijn vriend.

Maar als ik dan verder nadenk over de praktische uitwerking, stoort het.



Want zoals ik het in de praktijk zie gaan, is dat ik op afstand van hem moet blijven om emotioneel autonoom te zijn.



Als ik me met hem verbonden voel, mijn liefde wil tonen en hij reageert daar terughoudend op, dan voelt dat hoe dan ook als een afwijzing. Dan verlies ik mijn autonomie.



Ik moet dus iets doen om mezelf overeind te houden.



Ik kan hem niet veranderen, dus ik moet mijn uitingen als het ware afstemmen op de mate van verbondenheid die hij biedt.



Nu komt het lastige: Ik kan me niet voorstellen hoe ik liefde moet voelen en tegelijkertijd geforceerd op afstand moet blijven.

Ik moet mezelf beknotten, en tegelijkertijd warme gevoelens koesteren. Ik weet niet hoe ik dat moet combineren.



Klein voorbeeld: ik kan nu mijn gedachten gaan sturen en bedenken dat ik hem niet nodig heb om me goed te voelen. Een goed gevoel haal ik dan uit andere dingen. Maar ik laat hem dan verdwijnen van mijn radar, als het ware. En als vriend en kind straks thuis komen van een weekend weg, moet ik me er echt toe zetten om hem een kus te geven die ik sowieso niet meen, omdat ik juist afstand van hem wil nemen.

Op deze manier met elkaar omgaan, dat is ook niet vol te houden.



Het lijkt alsof ik moet kiezen uit twee opties, als ik mezelf niet helemaal kwijt wil raken '

1 Niets meer voor hem voelen en op afstand blijven (echter, dan heb ik voor mijn gevoel geen relatie en hier ga ik me vroeger of later diepongelukkig bij voelen).

2 Liefde voor hem voelen en gekwetst worden door het gebrek aan wederkerigheid.



Bij die laatste optie zou ik nog wel kunnen werken met een notitieboekje waarin ik opschrijf welke lieve dingen hij wél voor me doet. Misschien voel ik er dan meer bij.

En huiswerk doen op het gebied van cognitieve gedragstherapie, m'n gedachten onderzoeken.
Alle reacties Link kopieren
quote:Loesde schreef op 11 april 2010 @ 16:00:



Want zoals ik het in de praktijk zie gaan, is dat ik op afstand van hem moet blijven om emotioneel autonoom te zijn.



Waarom heb je afstand nodig om emotioneel autonoom te zijn?



Als ik me met hem verbonden voel, mijn liefde wil tonen en hij reageert daar terughoudend op, dan voelt dat hoe dan ook als een afwijzing. Dan verlies ik mijn autonomie.



Je koppelt 2 verschillende zaken. Het uiten van jouw liefde en jouw verwachting van hem, hoe hij zijn liefde aan jou toont. Als dit niet volgens jouw model is voel jij je afgewezen.

Kan je zijn gedrag niet los van het gevoel wat jij voor hem hebt zien?



Ik kan hem niet veranderen, dus ik moet mijn uitingen als het ware afstemmen op de mate van verbondenheid die hij biedt.



Niet mee eens, met afstemming bevestig je juist dat je niet emontioneel onafhankelijk bent.



Bij die laatste optie zou ik nog wel kunnen werken met een notitieboekje waarin ik opschrijf welke lieve dingen hij wél voor me doet. Misschien voel ik er dan meer bij.



Mensen gebruiken verschillende modellen om hun liefde te tonen, bv de tijd die je met iemand doorbrengt, de dingen die je voor iemand doet, het geven van attenties, aanrakingen en affirmatie. In veel relaties zien de partners niet van elkaar dat ze een ander model toepassen en verwachten wel dat hetzelfde model wordt toegepast.
Alle reacties Link kopieren
De rationele verklaring kan ik volgen. Wat het desondanks gevoelsmatig bij ontregelt, daar probeer ik een constructieve draai aan te geven.
Alle reacties Link kopieren
quote:Loesde schreef op 11 april 2010 @ 16:00:

Ik heb het hele topic nog eens door gelezen.



Ik probeer van alle rake, lieve en wijze opmerkingen een soort model te maken waar ik mezelf in kan gieten.



Ik neem voor mezelf zorgen in emotionele zin, als basis. Dat lijkt me heel fijn, dan kan ik er voor zorgen dat ik me vaker gelukkig voel in combinatie met mijn vriend.

goed uitgangspunt

Maar als ik dan verder nadenk over de praktische uitwerking, stoort het.



Want zoals ik het in de praktijk zie gaan, is dat ik op afstand van hem moet blijven om emotioneel autonoom te zijn.

Nee dat hoeft niet, autonomie heeft niks te maken met afstand, het heeft te maken met eigenaar zijn van je eigen problemen.



Als ik me met hem verbonden voel, mijn liefde wil tonen en hij reageert daar terughoudend op, dan voelt dat hoe dan ook als een afwijzing. Dan verlies ik mijn autonomie.

Dat kan niet waar zijn. Wat jij ziet als een afwijzing hoeft niet eens bedoeld te zijn als afwijzing. Als hij liever gaat slapen na de seks, zou het kunnen zijn dat dat hij dat doet omdat hij moe is en niet omdat hij niet van je houdt? Jouw referentiekader wordt bepaald door jou, en jouw referentiekader bepaalt hoe jij gedrag van een ander interpreteert en invult.



Ik moet dus iets doen om mezelf overeind te houden.



Ik kan hem niet veranderen, dus ik moet mijn uitingen als het ware afstemmen op de mate van verbondenheid die hij biedt.

Nee, dat is jezelf aanpassen, daar gaat het juist niet over, je moet gaan redeneren voor en vanuit jezelf, je moet ophouden met na te denken voor en over hem. Als jij wilt knuffelen, dan knuffel je, als hij je afwijst, ga je wat anders doen.



Nu komt het lastige: Ik kan me niet voorstellen hoe ik liefde moet voelen en tegelijkertijd geforceerd op afstand moet blijven.

Ik moet mezelf beknotten, en tegelijkertijd warme gevoelens koesteren. Ik weet niet hoe ik dat moet combineren.

Je interpreteert het verkeerd, zoek hulp dan kan je samen met iemand het ontrafelen. Je redeneert namelijk alleen maar vanuit het slachtofferschap, namelijk "ik word afgewezen"



Klein voorbeeld: ik kan nu mijn gedachten gaan sturen en bedenken dat ik hem niet nodig heb om me goed te voelen. Een goed gevoel haal ik dan uit andere dingen. Maar ik laat hem dan verdwijnen van mijn radar, als het ware. En als vriend en kind straks thuis komen van een weekend weg, moet ik me er echt toe zetten om hem een kus te geven die ik sowieso niet meen, omdat ik juist afstand van hem wil nemen.

Op deze manier met elkaar omgaan, dat is ook niet vol te houden.

Dat is ook echt een verkeerde uitleg van wat er bedoeld wordt. Autonoom zijn is compleet zijn, je hebt een ander niet nodig, een ander kan je niet afbreken dus er is dan ook geen enkele reden om iemand op afstand te houden. Je houdt iemand op afstand uit angst gekwetst te worden, om geen enkele andere reden.



Het lijkt alsof ik moet kiezen uit twee opties, als ik mezelf niet helemaal kwijt wil raken '

1 Niets meer voor hem voelen en op afstand blijven (echter, dan heb ik voor mijn gevoel geen relatie en hier ga ik me vroeger of later diepongelukkig bij voelen).

2 Liefde voor hem voelen en gekwetst worden door het gebrek aan wederkerigheid.



Bij die laatste optie zou ik nog wel kunnen werken met een notitieboekje waarin ik opschrijf welke lieve dingen hij wél voor me doet. Misschien voel ik er dan meer bij.

En huiswerk doen op het gebied van cognitieve gedragstherapie, m'n gedachten onderzoeken.zoek een goede therapeut het helpt!
Alle reacties Link kopieren
Top trouwens hoe je jezelf onder de loep legt en hoe je bereid bent om de boel aan te pakken
Alle reacties Link kopieren
Dank je wel Meds.



Er begint me vaag iets te dagen, door de dingen die je schrijft.

Ik houd mijn vriend inderdaad nauwlettend in de gaten. Bij alles wat hij doet, of zegt, of juist nalaat, verbind ik óf een voorzichtige hoop op 'zou hij dan toch wel van me houden', óf de conclusie 'zie je wel, hij geeft eigenlijk geen barst om mij'.

Het grootste deel van mijn gemoedstoestand wordt in feite bepaald door de uitkomst hiervan.

Geen wonder dat ik driekwart van de tijd aan het piekeren ben en me rot voel. Ik laat echt veel te veel van hem afhangen en beoordeel dat dan vervolgens veelal negatief.



Wat je schrijft:



Dat is ook echt een verkeerde uitleg van wat er bedoeld wordt. Autonoom zijn is compleet zijn, je hebt een ander niet nodig, een ander kan je niet afbreken dus er is dan ook geen enkele reden om iemand op afstand te houden. Je houdt iemand op afstand uit angst gekwetst te worden, om geen enkele andere reden.



dat wil ik ook!!!

Dat zou de oplossing zijn. Als ik hem op afstand hou, dan laat ik nog alles van hem afhangen.



Wat voert dit ver, zeg.



Ik zal mijn denkstappen moeten onderzoeken.



Maar Meds, dat voorbeeld wat je noemt over knuffelen, en als hij me afwijst, dat ik dan wat anders ga doen, ik vind het echt heel erg knap als mensen zich dan helemaal niet afgewezen voelen. En gewoon vrolijk wat anders gaan doen.

Ik weet niet of ik dat voor elkaar krijg. Ik zal wel wat anders gaan doen, maar niet vrolijk, maar verdrietig.

Dit soort dingen zal zeker gaan voorkomen. Hoe zorg ik er dan voor dat ik me niet verdrietig voel op dat moment?
Alle reacties Link kopieren
Even goed vinden van jezelf dat je afgewezen voelt. In hoeverre is je afgewezen voelen verweven met afgewezen voelen in je jeugd? In hoeverre houdt je je partner als ooit je moeder/vader/verzorger ,scherp in de gaten op zoek naar bevestiging van het wel of niet ok zijn van jou?





Wat ik doe/deed:



Vraag aan jezelf hoe het komt.... Ik zeg tegen mijzelf:



- Ik wil wat (knuffelen) hij heeft een reden om het niet te willen of te kunnen.

- Wijst hij mij daarmee af of heeft hij niet de behoefte even?



Zegt dit dus wat over mij niet ok vinden? Nee alleen wel dat hij op dit moment om een reden geen behoefte heeft.



(Met zijn redenen ben ik niet meer mee bezig. Ik vul zijn reden niet in. Ik vraag het wel aan hem als ik het wel wil weten.Vaak komt er een antwoord als denk aan de auto die gerepareerd moet worden of zoiets.)



Ps Loes wat ben jij bezig met jou meid, echt super wat ik hier lees.
Alle reacties Link kopieren
quote:Loesde schreef op 11 april 2010 @ 19:57:



Maar Meds, dat voorbeeld wat je noemt over knuffelen, en als hij me afwijst, dat ik dan wat anders ga doen, ik vind het echt heel erg knap als mensen zich dan helemaal niet afgewezen voelen. En gewoon vrolijk wat anders gaan doen.

Ik weet niet of ik dat voor elkaar krijg. Ik zal wel wat anders gaan doen, maar niet vrolijk, maar verdrietig.

Dit soort dingen zal zeker gaan voorkomen. Hoe zorg ik er dan voor dat ik me niet verdrietig voel op dat moment?Dat is relatief makkelijk ;). Niets terug verwachten!

Je knuffelt hem omdat jij dat wilt, omdat je van hem houdt en hem die warmte wilt schenken. Daar krijg (en houdt) je een goed gevoel van.



Het is een beetje de volgende mindsetting: je geeft vast wel eens je kind een aai over zijn/haar bol. Kindje zal dat vast niet terug doen. Voel je je daardoor ook afgewezen? Welnee. Het is gewoon fijn om die aai te geven. Kan je me daarin volgen?
Alle reacties Link kopieren
Jumper, ja, daarin kan ik je volgen.

Maar tussen mijn kind en mij bestaat onvoorwaardelijke, onversneden liefde.

Dat is van een heldere vanzelfsprekendheid.



Tussen vriend en mij is het niet helder en onversneden. Er is veel ruis. Daar heeft hij een rol in, en ik ook.



Ik wil mijn rol onderzoeken zodat ik die aan kan passen, zodat ik me beter (in de relatie) voel.
Alle reacties Link kopieren
quote:Enneaaa schreef op 11 april 2010 @ 20:22:

Even goed vinden van jezelf dat je afgewezen voelt. In hoeverre is je afgewezen voelen verweven met afgewezen voelen in je jeugd? In hoeverre houdt je je partner als ooit je moeder/vader/verzorger ,scherp in de gaten op zoek naar bevestiging van het wel of niet ok zijn van jou?





Wat ik doe/deed:



Vraag aan jezelf hoe het komt.... Ik zeg tegen mijzelf:



- Ik wil wat (knuffelen) hij heeft een reden om het niet te willen of te kunnen.

- Wijst hij mij daarmee af of heeft hij niet de behoefte even?



Zegt dit dus wat over mij niet ok vinden? Nee alleen wel dat hij op dit moment om een reden geen behoefte heeft.



(Met zijn redenen ben ik niet meer mee bezig. Ik vul zijn reden niet in. Ik vraag het wel aan hem als ik het wel wil weten.Vaak komt er een antwoord als denk aan de auto die gerepareerd moet worden of zoiets.)



Ps Loes wat ben jij bezig met jou meid, echt super wat ik hier lees.



Dank je wel!



Hoe ik denk en me voel in de relatie is vast verweven met afwijzing in het verleden. Bij ons thuis was het niet veilig voor mij.

Dat scherp in de gaten houden heeft daar mee te maken. En ook het niet van mezelf uitgaan, maar de ander als uitgangspunt nemen waar ik me dan op aanpas.

En vervolgens me rot voelen omdat mijn behoeften niet worden vervuld.
Alle reacties Link kopieren
Ik geloof dat ik behoorlijk door heb wat jullie bedoelen met van jezelf uitgaan.



Dat uitgangspunt zal wel een hele omschakeling voor mij inhouden, zeg.



Het is echt een hele andere manier van denken dan ik tot dusverre gewend ben.



Ik ben bekend met de tools uit cognitieve gedragstherapie, die ga ik zeker aanwenden.



Hebben de meeste mensen die autonomie, die vorm van vanuit jezelf denken van nature??



Ik geloof dat ik in mijn jeugd dat niet geleerd heb, eerder het tegenovergestelde. In ontluikende vorm weggesnoeid.



Hoewel ik veel van alles wat er gebeurd is heb verwerkt, is dit punt kennelijk toch nog erg bepalend.
Alle reacties Link kopieren
quote:Loesde schreef op 11 april 2010 @ 19:57:

Dank je wel Meds.



Er begint me vaag iets te dagen, door de dingen die je schrijft.

Ik houd mijn vriend inderdaad nauwlettend in de gaten. Bij alles wat hij doet, of zegt, of juist nalaat, verbind ik óf een voorzichtige hoop op 'zou hij dan toch wel van me houden', óf de conclusie 'zie je wel, hij geeft eigenlijk geen barst om mij'.

Het grootste deel van mijn gemoedstoestand wordt in feite bepaald door de uitkomst hiervan.

Geen wonder dat ik driekwart van de tijd aan het piekeren ben en me rot voel. Ik laat echt veel te veel van hem afhangen en beoordeel dat dan vervolgens veelal negatief.



Wat je schrijft:



Dat is ook echt een verkeerde uitleg van wat er bedoeld wordt. Autonoom zijn is compleet zijn, je hebt een ander niet nodig, een ander kan je niet afbreken dus er is dan ook geen enkele reden om iemand op afstand te houden. Je houdt iemand op afstand uit angst gekwetst te worden, om geen enkele andere reden.



dat wil ik ook!!!

Dat zou de oplossing zijn. Als ik hem op afstand hou, dan laat ik nog alles van hem afhangen.



Wat voert dit ver, zeg.



Ik zal mijn denkstappen moeten onderzoeken.



Maar Meds, dat voorbeeld wat je noemt over knuffelen, en als hij me afwijst, dat ik dan wat anders ga doen, ik vind het echt heel erg knap als mensen zich dan helemaal niet afgewezen voelen. En gewoon vrolijk wat anders gaan doen.

Ik weet niet of ik dat voor elkaar krijg. Ik zal wel wat anders gaan doen, maar niet vrolijk, maar verdrietig.

Dit soort dingen zal zeker gaan voorkomen. Hoe zorg ik er dan voor dat ik me niet verdrietig voel op dat moment?door je te realiseren dat als iemand even niet met je wil knuffelen dat niet betekent dat hij niet meer van je houdt maar dat dat betekent dat ie stress heeft, moe is of gewoon voetballen wil kijken. Jij wijst je man of kind toch ook wel eens af? Wedden dat de reden van die afwijzing niks met hen te maken heeft en jouw liefde voor hen?
Alle reacties Link kopieren
quote:Loesde schreef op 11 april 2010 @ 21:09:

[...]





Dank je wel!



Hoe ik denk en me voel in de relatie is vast verweven met afwijzing in het verleden. Bij ons thuis was het niet veilig voor mij.

Dat scherp in de gaten houden heeft daar mee te maken. En ook het niet van mezelf uitgaan, maar de ander als uitgangspunt nemen waar ik me dan op aanpas.

En vervolgens me rot voelen omdat mijn behoeften niet worden vervuld.Yep, dat soort ervaringen zitten in je hersenen gegroefd, in elke soortgelijke situatie zal het kind in jou reageren
Alle reacties Link kopieren
Loesde het zal ook altijd bepalend blijven. Therapie en werken aan jezelf is een levenslang proces als je tenminste het beste voor jezelf wilt.
Alle reacties Link kopieren
quote:Loesde schreef op 11 april 2010 @ 21:22:

Hebben de meeste mensen die autonomie, die vorm van vanuit jezelf denken van nature??





Misschien dat je voor jezelf het antwoord op deze vraag kan geven, na het lezen van de 2 onderstaande fragmenten uit het boek "De ogen van de ander. De sociale bronnen van zelfkennis"





"De ogen van de ander"

Twee fragmenten



3. Het belang van zelfkennis



Mensen in deze tijd kunnen meer dan eerdere generaties zelf vorm geven aan hun leven. Dat geldt in sterke mate voor vrouwen, maar niet alleen voor hen. Veel van de vroegere sociale ordeningen en verbindingen die het leven en de identiteit van mensen voor een belangrijk deel bepaalden zijn vervaagd of weggevallen. Vroegere houvasten brokkelen af en mensen worden meer op zichzelf teruggeworpen. Minder tragisch getoonzet betekent dit een cultuur van eigen keuze en zelfbepaling; mensen moeten er zelf iets van maken. Ze worden in deze tijd, aldus de socioloog Anthony Giddens, regisseurs van hun eigen leven.



Tegen deze opvatting valt veel in te brengen, omdat het voorbijgaat aan alle open en verborgen hindernissen en onvermogens, al die ongelijkheden in erfenissen en kansen. Het is een ideaal, en hoe dwingend dit ideaal ook is, zeker onder jongeren en jong-volwassenen, het gaat voorbij aan de beperkingen waaronder mensen leven. En ook aan de ongelijke verdeling van kansen en vermogens: van talenten, van rijkdom, van netwerk — van alle vormen van kapitaal die de socioloog Pierre Bourdieu onderscheidt.



Toch leeft dit ideaal in deze tijd sterk. Dat heeft gevolgen voor de zelfidealen en zelfbeelden. De eisen die dit ideaal aan mensen stelt zijn hoog, en een van de belangrijkste eisen is zelfkennis: inzicht in eigen verlangens, vermogens en beperkingen. Dit regisseurschap vereist en veronderstelt zelfkennis:de kennis van het zelf.



Mensen stellen zich meer vragen over wie zij zijn, waar ze staan en waar ze vandaan komen. Nu vroegere houvasten voor een deel zijn verdwenen ervaren ze de behoefte aan plaatsbepaling, die nu immers niet meer van buitenaf gegeven is. Het leidt tot een enorme belangstelling voor familiegeschiedenis en voor genealogie: op zoek naar de herkomst. Voor familiegeschiedenissen van anderen — denk aan de populariteit van Judith Koelemeijers Het zwijgen van Maria Zachea en Het pauperparadijs van Suzanna Jansen — maar vooral ook voor die van mensen zelf. Levensgeschiedenissen, autobiografische verhalen, genealogie: het zijn populaire thema’s (ook doorgedrongen in bladen als Margriet en Libelle), die in een duidelijke behoefte voorzien: een antwoord te vinden op vragen als: waar kom ik vandaan, waar hoor ik bij, wat heeft mij bepaald of beïnvloed? Een behoefte, kortom, aan zelfkennis.



Deze levensverhalen laten ook iets anders zien: mensen in hun alledaagse leven, met hun dagelijks gedoe en getob. Het is niet meer alleen het leven van de groten en rijken dat interessant is, ook het gewone leven is het waard gezien te worden. Deze democratisering van de aandacht die nu ook naar ‘gewone mensen’ uitgaat, is een ander proces dat de behoefte aan zelfkennis voedt. Ook zij doen ertoe en hebben niet alleen een stem (bij verkiezingen), maar ook een verhaal. Ook hun alledaagse leven is interessant — getuige bijvoorbeeld het enorme succes van de tentoonstelling Beroep huisvrouw tien jaar geleden in het Historisch Museum in Amsterdam. Ongeëvenaarde bezoekersaantallen, uitroepen van herkenning bij bepaalde pannen, keukenkastjes en huishoudelijke apparatuur: ‘Dat hadden wij ook.’ Het gewone leven nu ook in het museum, waarmee het boven het banale wordt uitgetild, uit de onzichtbaarheid gehaald, bezien met de blik van herkenning. Maar ook metandere ogen bekeken: het eigen private leven wordt met terugwerkende kracht de moeite waard om gezien te worden in de publieke ruimte. Het eigen leven doet ertoe, de gewone voorwerpen en handelingen, en daarmee ook zijzelf, worden terugblikkend met belangstelling bezien, uitgelicht en in de context van de tijd geplaatst. Kennis van de tijd wordt nu ook kennis van henzelf.



Big Brother en De gouden kooi zijn recentere voorbeelden van hoe het gewone leven het waard is publiekelijk te worden vertoond. In deze tv-programma’s is de scheidslijn tussen privé en openbaar opgeheven — ook de meest banale gesprekken en handelingen worden zichtbaar gemaakt —, maar ook die tussen hoog en laag, tussen kunst en dagelijksheid, tussen interessant en banaal, tussen gepast en ongepast.



Op allerlei manieren wordt geschoven met en gemorreld aan sociale ordeningen en de orde der dingen. Scheidslijnen zijn poreuzer geworden, tussen frontstage en backstage, tussen mannen- en vrouwenwerelden, tussen sociale klassen.



Er is ook een grotere onvastheid over waarden en waarheid, over echt en fake.

Dat geldt ook voor lichamen: die kunnen ingrijpende transformaties ondergaan, gelift worden of een make-over krijgen. Zijn ze daarmee zelf veranderd, of zijn ze eindelijk het zelf dat ze zich al zo lang wensten? Zoals mensen zich ook met nieuwe kleren een andere huid en een ander zelf proberen aan te meten, maar dan nu ingrijpender?



Mensen kunnen verder gaan en virtuele levens gaan leiden, zich op internet anders voordoen dan ze zijn en zich een nieuwe identiteit aanmeten. Second Life is zo’n virtuele wereld, driedimensionaal, waarin bewoners kunnen zijn wie ze willen zijn, doen wat ze altijd hadden gedroomd te doen. Ze ‘bouwen wat hun creativiteit hun ingeeft’, schrijft Ilja Leonard Pfeiffer, die een tijdlang ‘bewoner’ was van deze wereld en daarvan als correspondent voor nrc.next verslag deed. ‘Het is soms echter dan het echte leven.’ Zijn reportages zijn te lezen als ‘reisgids door Second Life’ en tevens ‘een nietsontziend zelfonderzoek naar ware en gedroomde realiteit’.



Wat ‘echt’ is en ‘nep’ wordt minder duidelijk. We zijn omgeven door gemanipuleerde beelden. Het jaarlijkse festival Winternachten is in 2009 gewijd aan Fake, aan het debat over manipulatie in de kunst, media en politiek, of ‘de manipulatie van de waarheid’.

Als zoveel ‘fake’ is, verlangen mensen ook weer naar authenticiteit. In een tijd waarin de grenzen tussen echt en schijn, tussen reëel en virtueel, tussen werkelijkheid en fictie minder scherp getrokken worden, waarin echt en namaak vaak niet meer goed te onderscheiden zijn, is er grote behoefte aan ‘echtheid’, aan ‘natuurlijkheid’ of ‘puurheid’: onbespoten voedsel, ongelifte lichamen, een ongemaskerd zelf. Er is een dringende roep om ‘authentieke’ politici. ‘Je bent authentiek’ geldt als compliment, ‘je bent jezelf’. Direct gevolgd door de lastige vraag: wat is dat dan?



Het streven naar zelfkennis is dus meer dan een amusante vrijetijdsbesteding, stellen de voorvechters van het belang van zelfinzicht die zowel onder sociologen als psychologen te vinden zijn. En onder filosofen. Nu en vroeger. Een leven zonder zelfonderzoek is het niet waard geleefd te worden, was de lijfspreuk van Socrates. En op het orakel in Delphi staat sinds vijf eeuwen voor Christus de opdracht gebeiteld Ken uzelve. Maar dat gaat om andere kennis, met een andere functie.



In deze tijd is zelfkennis belangrijk om je een weg te kunnen banen in de veelheid van mogelijkheden — zie de leraar aan het begin van dit boek. Want kiezen veronderstelt zelfkennis. Zonder inzicht in eigen vermogens stagneer je omdat je je talenten niet kent; zonder inzicht in eigen onvermogens stoot je het hoofd bij overmoed en zelfoverschatting. Zonder zelfinzicht kun je het spoor bijster raken omdat je niet kunt kiezen, niet weet wat je kunt en wilt, maar ook niet wat je beperkingen zijn.



Mensen hebben een grotere vrijheid gekregen in de inrichting van hun leven. De dwang van buiten — regels, voorschriften en sancties — is verminderd en er wordt een sterker beroep gedaan op de dwang van binnen. Fremdzwang wordt Selbstzwang, aldus Norbert Elias: de dwang van buiten wordt verinnerlijkt en werkt automatisch. Dat betekent een sterker beroep op zelfsturing en zelfbepaling. En ook dat vraagt om zelfkennis. Een verzwakking van autoriteit, een verlies van richtinggevende idealen, een relativering van waarden en waarheid maakt mensen meer op zichzelf aangewezen. Minder richting van buiten geeft een grotere gerichtheid op binnen; op zichzelf, op het zelf.



13. Geen zelf zonder anderen



Verschillende opvattingen over het zelf zijn inmiddels de revue gepasseerd, afkomstig uit de psychologie, de geschiedenis, de filosofie, en deze heb ik steeds naar mijn sociologische hand gezet. De invloed van anderen op het zelf is uitvoerig belicht. Het basale gegeven dat mensen door en door sociaal zijn, zoals de socioloog Johan Goudsblom het bondig stelt, geldt dus zelfs voor iets dat als het meest eigen en individueel wordt beleefd: het zelf.



Hierop doordenkend verrijst een ander mensbeeld dan gangbaar is. Mensen zien zichzelf in veel gevallen als autonoom, als individuen die hun eigen netwerk creëren, hun eigen plan trekken, eigen keuzes maken, en hun eigen leven bepalen; naar de idealen van de tijd — individualiteit, autonomie — die doorgedrongen zijn in de manier waarop mensen zichzelf ervaren. Mensen variëren weliswaar in de mate van autonomie — er zijn mensen die de eenzaamheid goed verdragen en ook nodig hebben om ‘tot zichzelf’ te komen, anderen voelen zich pas bestaan in gezelschap van anderen, en pas van waarde als ze zich door anderen goedgekeurd weten — maar ook de kluizenaars onder ons zijn aangewezen op anderen.



Het beeld van de homo clausus, van het individu los van anderen, is een gebruikelijke zelfervaring van mensen in deze tijd, stelt de socioloog Norbert Elias, maar het is een beeld dat niet in overeenstemming is met de werkelijkheid. Hij stelt daar een ander mensbeeld tegenover, van de homines aperti, waarin mensen in open verbinding staan metanderen, gevormd zijn door anderen, en aangewezen zijn op anderen. Het mensbeeld kortom dat in dit boek voortdurend opdoemt.



Op een heel basaal en tijdloos niveau kunnen moeders de band met hun kinderen zo ervaren — als een ook fysiek ‘meetrillen’ of ‘meedeinen’ met het wel en wee van hun kinderen. Zelfs de meest geëmancipeerde moeder, vergevorderd in autonomie, kan soms tot haar eigen verbazing ervaren hoe het haar fysiek lam kan leggen als er iets met haar kinderen aan de hand is: de steen op de maag, het uitgeholde hart, het verzenuwde lichaam.



Bij de zelfervaring van mensen als open systemen, in verbinding metanderen, past het beeld van het netwerk, de figuratie, of wat de criminoloog Hans Boutellier de ‘nodale orde’ noemt. De socioloog Jan Willem Duyvendak spreekt van ‘lichte gemeenschappen’, als contrast met de traditionele hechtere groepen (in dorp of buurt, religieuze zuil, sociale klasse) die in eerdere generaties voor een belangrijk deel bepalend waren voor iemands leven. De bindingen zijn flexibeler geworden, maar geenszins verdwenen, zoals sombere tijdsdiagnoses luiden. De huidige samenleving is geen verzameling losse individuen; er hebben zich andere structuren en patronen van bindingen en verknopingen ontwikkeld tussen mensen. Een ander ‘wij’ dan in de tijd van de zuilen en de welomlijnde sociale klassen, metandere verbindingen en een andere verbondenheid, maar mensen leven niet in een sociaal vacuüm als autonoom opererende wezens. Ze zijn geen los zand, er is geen anomie. Het mensbeeld van de homo clausus is, kortom, hoognodig aan vervanging toe.



Het is echter verbazend hoe taai het beeld is van het individu los van anderen, ook in de wetenschap. We kwamen het al tegen bij sommige filosofen in hun opvatting van Ik en de Ander. Psychiaters als Fromm en Winnicott maken een splitsing tussen het ‘oorspronkelijke zelf’ en het ‘false self’, waarbij het laatste het deel van het zelf is dat naar buiten is gericht en in contact staat met de buitenwereld. Ook in de economie, stelt de econoom Arjo Klamer, wordt nog altijd gedacht in termen van een contextloos individu. Het is overduidelijk hoe belangrijk de relaties tussen mensen zijn voor hun doen en laten, voor hun zetten in het spel, voor hun zelfgevoel en welbevinden, maar dit basale inzicht wordt zelden in de denkmodellen verdisconteerd. Sociologen als Ervin Goffman en Randall Collins doen dit wel: ze kijken consequent naar situaties en interacties en ontwikkelen daarmee een vorm van microsociologie die ook vruchtbaar is om ontwikkelingen op meer globale niveaus te begrijpen; gebaseerd op een mensbeeld waarin deze verbonden zijn metanderen.



Mensen zijn sociale wezens, aangewezen op elkaar voor warmte, voedsel, onderdak, veiligheid, waardering en zelfwaardering, gevoel en zelfgevoel. Aanhankelijk en afhankelijk. Tot het einde toe.

Ik was verrast te zien hoezeer deze sociologische benadering van het zelf terug te vinden is in het werk van de filosoof Sloterdijk, in zijn eerder genoemde Sferen, te lezen als een ontwikkelingsgeschiedenis en als tijdsdiagnose. Grondgedachte is dat mensen altijd leven in paren, als dividuen, die samen ‘sferen’ scheppen. Mensen kunnen niet zonder anderen, zonder sferen. Intieme sferen zoals tussen moeder en kind, in liefdesverhoudingen en vriendschappen, tussen leraar en leerling; maar ook met God, met doden, met imaginaire anderen. Naast dit bezielde kleinschalige verband, waarin mensen in ‘bellen’ leven, zijn er sferen op grotere schaal: de mensheid op de wereldbol, onder de hemel. En in deze tijd leven we in ‘schuim’, in subculturen: de eigen sferen in de moderne tijd. De Grieken hadden nog een beschermende kosmos, de middeleeuwers hadden Gods wereld. Veel moderne mensen wonen in een oneindig, onverschillig heelal, waarin harder gewerkt moet worden aan sfeervorming, waarin veel meer keuzes zijn in sfeertypen. Dat is Sloterdijks diagnose van deze tijd, de vrije, geëmancipeerde democratie, de ‘affluent society’.

Sloterdijk denkt in beelden die zijn betoog illustreren. Hij ziet de moderne ‘single’ in zijn stadsappartement, vol communicatiekanalen. De moderne mens als installatiekunstenaar die zijn eigen bestaan vorm kan geven. Maar het zijn allemaal kleine ‘belletjes’: er is geen mal en het verloopt ongestuurd. ‘Schuim’ heeft geen centrum en geen ‘uitgang’, en laat zich moeilijk in goede begrippen vangen. Vandaar het belang van een goede tijdsdiagnose. Filosofen zijn daar soms wat onverschrokkener in dan sociologen. Ondanks de vrijheid en de overvloed, stelt Sloterdijk, is de stemming in het ‘schuim’ er een van ontevredenheid. Het kapitalisme heeft gezorgd voor overvloed, maar de ontevredenheid drijft de spanning in het systeem op. Het is verveling of nood, aldus zijn betoog in een notendop.



Als remedie adviseert hij om ‘de eigen zwaartekracht te produceren’. Door zich toe te leggen op activiteiten als sport, kunst en wetenschap kunnen mensen de verveling bestrijden door de kracht van de herhaling en het streven naar virtuositeit. Ook nood (oorlog, overstroming, gevaar van buiten) geeft een focus, maar zonder nood moeten mensen hun eigen focus creëren. Dat kunnen zij doen door ‘vitale projecten en hoopvolle ontmoetingen’.



Het Duitse woord Verknüpfungen vind ik beter dan ontmoetingen: het laat meer zien hoe mensen verknoopt zijn met elkaar, in gekozen en ongekozen afhankelijkheden; en ‘projecten’ wijst op de flexibiliteit van de bindingen. Maar ondanks die gebondenheid van mensen is autonomie een krachtig ideaal, ook al kiezen mensen in vrijheid vaak voor hetzelfde. ‘De mens is nu eenmaal een groepsdier,’ zoals Van Dantzig stelt: ‘We hebben er alles voor over om erbij te horen, zo veilig mogelijk en als het kan met enig aanzien.’

http://www.christienbrinkgreve.nl/de-ogen-van-de-ander
Alle reacties Link kopieren
quote:meds schreef op 11 april 2010 @ 23:36:

[...]



door je te realiseren dat als iemand even niet met je wil knuffelen dat niet betekent dat hij niet meer van je houdt maar dat dat betekent dat ie stress heeft, moe is of gewoon voetballen wil kijken. Jij wijst je man of kind toch ook wel eens af? Wedden dat de reden van die afwijzing niks met hen te maken heeft en jouw liefde voor hen?Eens met deze uitspraak van Meds, met de aanvulling dat er natuurlijk wel een verschil is tussen iemand wel eens afwijzen en iemand continue afwijzen/op afstand houden.
Alle reacties Link kopieren
Gewist.

Het modereerbeleid van Viva-Sanoma is:beneden elk peil.

\'Ach, en als ik wat minder wil internetten, dan zet ik gewoon een gewas in dat wat langzamer groeit!\'
Alle reacties Link kopieren
Concreet:

Gisteravond kwamen man en kind thuis. Ik was rustig en voelde me in balans. De kus die volgde was okee, de bekende weg, maar het voelt ook vreemd. Vriend voelt half als een vreemde voor me.



Later op de avond kwam hij naar me toe want hij wilde graag sex. Vond ik wel leuk.

Eerste keer sex kwam hij naast me liggen met zijn arm om me heen. Tweede keer, wat later, rolde hij zich op in zijn eigen bed en ging slapen.

Ik heb niks gezegd en hing er ook geen oordeel aan. Ik voelde een lichte paniek, en een kilte, maar dat kon ik wel weg beredeneren. Ik heb me gewoon omgedraaid en ben gaan slapen.



Vanochtend nog steeds het gevoel dat hij half een vreemde voor me is. Ik vond het niet nodig, het voelde niet als nodig, om hem een kus te geven toen ik met kind de deur uit ging.



Raar voel ik me. Berustend over de afstand die ik voel, maar ook wel verdrietig. Dit is het dus. Hier moet ik aan wennen.



Ik ben alleen bang dat de afstand nog verder groeit. Als ik geen kus geef, of lauwtjes terug knuffel, omdat ik daar eens geen zin in heb of het niet nodig vind, ben ik bang dat de band nog verder verslechtert.



Nou ja. Zoals het was wil ik het ook niet meer. Ik probeer zo rustig mogelijk aan te doen met mezelf, in ieder geval.

En:

"Als remedie adviseert hij om ‘de eigen zwaartekracht te produceren’. Door zich toe te leggen op activiteiten als sport, kunst en wetenschap kunnen mensen de verveling bestrijden door de kracht van de herhaling en het streven naar virtuositeit. Ook nood (oorlog, overstroming, gevaar van buiten) geeft een focus, maar zonder nood moeten mensen hun eigen focus creëren. Dat kunnen zij doen door ‘vitale projecten en hoopvolle ontmoetingen’."



Dit helpt ook.



Een meer stevig goed gevoel over mezelf opzetten, helpt.



En toch, en toch en toch; ècht gelukkig word ik van een diepgevoelde connectie en gevoelde wederkerige liefde. Maar die focus moet ik los laten. Opnieuw instellen.
Alle reacties Link kopieren
quote:Loesde schreef op 12 april 2010 @ 11:59:

Concreet:

Gisteravond kwamen man en kind thuis. Ik was rustig en voelde me in balans. De kus die volgde was okee, de bekende weg, maar het voelt ook vreemd. Vriend voelt half als een vreemde voor me.



Later op de avond kwam hij naar me toe want hij wilde graag sex. Vond ik wel leuk. Eerste keer sex kwam hij naast me liggen met zijn arm om me heen. Tweede keer, wat later, rolde hij zich op in zijn eigen bed en ging slapen. Ik heb niks gezegd en hing er ook geen oordeel aan. Ik voelde een lichte paniek, en een kilte, maar dat kon ik wel weg beredeneren. Ik heb me gewoon omgedraaid en ben gaan slapen.



Vanochtend nog steeds het gevoel dat hij half een vreemde voor me is. Ik vond het niet nodig, het voelde niet als nodig, om hem een kus te geven toen ik met kind de deur uit ging.



Raar voel ik me. Berustend over de afstand die ik voel, maar ook wel verdrietig. Dit is het dus. Hier moet ik aan wennen.



Je moet niks. Het is jouw keuze om hier aan te willen wennen.



Ik ben alleen bang dat de afstand nog verder groeit. Als ik geen kus geef, of lauwtjes terug knuffel, omdat ik daar eens geen zin in heb of het niet nodig vind, ben ik bang dat de band nog verder verslechtert.



Hoe toont hij volgens jou buiten het initiatief tot seks zijn liefde, affectie en interesse voor jou? Wat vind hij leuk aan jou/jouw persoonlijkheid? En hoe zit dat andersom, wat vind jij leuk aan hem/zijn persoonlijkheid, hoe toon jij interesse in hem?



Nou ja. Zoals het was wil ik het ook niet meer. Ik probeer zo rustig mogelijk aan te doen met mezelf, in ieder geval.

En:

"Als remedie adviseert hij om ‘de eigen zwaartekracht te produceren’. Door zich toe te leggen op activiteiten als sport, kunst en wetenschap kunnen mensen de verveling bestrijden door de kracht van de herhaling en het streven naar virtuositeit. Ook nood (oorlog, overstroming, gevaar van buiten) geeft een focus, maar zonder nood moeten mensen hun eigen focus creëren. Dat kunnen zij doen door ‘vitale projecten en hoopvolle ontmoetingen’."



Dit helpt ook.



Een meer stevig goed gevoel over mezelf opzetten, helpt.



En toch, en toch en toch; ècht gelukkig word ik van een diepgevoelde connectie en gevoelde wederkerige liefde. Maar die focus moet ik los laten. Opnieuw instellen.



Nogmaals, je moet niks.
Alle reacties Link kopieren
Hoi Loesde,



Ik heb alles doorgelezen en voel erg met je mee, omdat ik ook ooit een langdurige relatie (in totaal 29 jaar) gehad heb waarin ik dezelfde soort afwijzing voelde als jij. Net zoals bij jou groeide daardoor afstand tussen mijn ex en mij: ik kon het niet meer opbrengen om steeds maar liefde te geven en er geen terug te krijgen.

Ik heb lange tijd dezelfde twijfels gehad als jij en ik heb er alles aan gedaan om tevreden te zijn met wat ik had. Ik las boeken als 'Want what you have'.

Het bleek allemaal niet te helpen.



Ik heb uiteindelijk besloten te scheiden, maar er was toen veel meer aan de hand dan alleen maar kilte en afwijzing. Ik werd dikwijls uitgescholden en uitgelachen. Ik liep voortdurend op mijn tenen om de vrede in huis te bewaren. Als er alleen maar kilte en afwijzing geweest was, zou ik wellicht bij hem gebleven zijn en zou ik nu nog altijd ongelukkig geweest zijn.



Na de scheiding heb ik mijn huidige man leren kennen, met wie ik nu al 11 jaar ontzettend gelukkig ben. Een man bij wie ik wél heel goed voel dat hij van me houdt, die zelf graag knuffelt en aanhankelijk is.



Ik ga je niet vertellen wat je moet doen, dat weet ik niet. Ik weet niet alle details van je situatie en van je persoonlijkheid.



Ik kan je alleen maar vertellen dat het heel normaal is dat je naar liefde en geborgenheid verlangt, en dat echt goede relaties zeker bestaan, ook al wordt hier door sommigen gezegd dat dat een illusie is.

Echter: ze zijn volgens mij behoorlijk zeldzaam en je kunt niet de zekerheid krijgen dat je, door van je huidige partner te scheiden, later iemand zult vinden met wie je helemaal gelukkig bent.



Ik vind echter dat ieder het recht heeft om zijn eigen geluk na te streven zolang je dat op een integere manier doet. Ik vind niet dat ouders zich moeten 'opofferen' voor hun kinderen of kinderen voor hun ouders. Kinderen van gescheiden ouders hoeven niet ongelukkig te zijn; net zomin als kinderen ongelukkig hoeven te zijn omdat ze er minder leuk uit zien dan andere kinderen of minder intelligent of sportief zijn of minder rijke ouders hebben. Je kunt hen nu eenmaal niet in een paradijs zonder enig probleem laten leven.



Sterkte!
Alle reacties Link kopieren
Hoe toont hij affectie, liefde en interesse:



Hij komt afspraken na

Hij belt me weleens 'zomaar'

Hij komt wel eens enthousiast en spontaan naar me toe om iets te vertellen

Hij komt wel eens vlak bij me zitten op de bank

Afgelopen week kwam hij me even een knuffel geven op bed en zei hij dat hij van me houdt (dit komt een keer per een paar jaar voor)

Hij geeft me regelmatig een klapje op de billen

Hij geeft meestal een kus bij weggaan/thuiskomen

Hij stelt wat vaker uit zichzelf voor om met z'n drieën wat leuks te doen

Hij koopt wel eens een taartje voor ons

Hij sluit een smsje meestal af met x

Hij zegt welterusten als we naar bed gaan

Hij richt zich naast zijn werk meestal op het gezin, gaat niet meer zo veel uit.



Bij relatietherapie hebben we wel eens opgenoemd wat we leuk vinden van elkaar. Hij noemt dan best een aantal dingen, dat ik goed kan analyseren en nadenken, dat ik mooi ben, dat hij me aantrekkelijk vindt, dat ik een goede moeder ben, dat ik humor heb.



Omgekeerd vind ik hem aantrekkelijk, hij is een goede vader, we doen leuke dingen samen.



Hoe toon ik liefde, affectie en interesse in hem:



Ik ga wel eens bij hem op schoot zitten

Ik geef hem wel eens een zoen

Hij is nogal opvliegend van aard, ik probeer dan altijd rustig te blijven en begrip op te brengen voor zijn bui.

Ik probeer me vaak in te houden qua reacties omdat ik weet dat dat beter voor de sfeer is.

Ik vraag hem hoe zijn dag is geweest.

Ik probeer hem te helpen en met hem mee te denken als hij een probleem heeft.

Ik stel regelmatig voor om iets leuks te gaan doen.

Ik stuur wel eens 'zomaar' een grappig smsje.



Verder ongeveer dezelfde dingen als die hij doet, min

een klapje op de billen, en welterusten als we naar bed gaan zeg ik als reactie terug.

Dit is een oud topic. Het topic is daarom gesloten.
Maak een nieuw topic aan om verder praten over dit onderwerp.

Terug naar boven