taalvraagje..
woensdag 25 mei 2011 om 08:27
woensdag 25 mei 2011 om 08:42
woensdag 25 mei 2011 om 09:09
Van: www.taaladvies.net
Kennen / kunnen
Vraag
Is het Ik ken hem niet uitstaan of Ik kan hem niet uitstaan?
Antwoord
De correcte zin is Ik kan hem niet uitstaan. Ik ken hem niet uitstaan komt in Nederland wel veel voor, maar behoort niet tot de standaardtaal.
Toelichting
Kennen heeft als hoofdbetekenissen 'onderscheiden, herkennen' en 'bekend, vertrouwd zijn met' en wordt daarnaast onder andere ook gebruikt in de betekenis 'door studie of oefening geleerd hebben', 'beheersen'. Kunnen heeft als hoofdbetekenissen 'mogelijk zijn', 'in staat zijn'. De betekenissen van beide werkwoorden zijn dus nauw aan elkaar verwant. Kennen heeft echter als overgankelijk werkwoord altijd een lijdend voorwerp bij zich.
(1) Ik heb hem wel eens ontmoet, maar ik ken hem niet goed.
(2) Hij heeft flink zijn best gedaan en kent zijn les.
Kunnen is daarentegen een hulpwerkwoord en wordt gecombineerd met een infinitief.
(3) Ze kunnen wel verdwaald zijn.
(4) Hij kan dansen als een edelman.
Vooral in het westen van Nederland worden beide werkwoorden door veel taalgebruikers met elkaar vermengd, waarbij vormen van de tegenwoordige tijd van kennen gebruikt worden in de betekenis van kunnen en vormen van (meestal de verleden tijd van) kunnen in de betekenis van kennen (dus kon(den) in plaats van ken(den)).
(5) Dat ken jij wel zeggen, maar ik geloof het toch niet. (in Nederland, geen standaardtaal)
(6 ) Ken het zijn dat ik u kan? (in Nederland, geen standaardtaal)
(7) Hij deed net alsof hij haar al jaren kon. (in Nederland, geen standaardtaal)
Aangezien dit gebruik over het algemeen wordt veroordeeld als onverzorgd en plat, verdient het beslist geen aanbeveling, ook niet in informele spreektaal.
Kennen / kunnen
Vraag
Is het Ik ken hem niet uitstaan of Ik kan hem niet uitstaan?
Antwoord
De correcte zin is Ik kan hem niet uitstaan. Ik ken hem niet uitstaan komt in Nederland wel veel voor, maar behoort niet tot de standaardtaal.
Toelichting
Kennen heeft als hoofdbetekenissen 'onderscheiden, herkennen' en 'bekend, vertrouwd zijn met' en wordt daarnaast onder andere ook gebruikt in de betekenis 'door studie of oefening geleerd hebben', 'beheersen'. Kunnen heeft als hoofdbetekenissen 'mogelijk zijn', 'in staat zijn'. De betekenissen van beide werkwoorden zijn dus nauw aan elkaar verwant. Kennen heeft echter als overgankelijk werkwoord altijd een lijdend voorwerp bij zich.
(1) Ik heb hem wel eens ontmoet, maar ik ken hem niet goed.
(2) Hij heeft flink zijn best gedaan en kent zijn les.
Kunnen is daarentegen een hulpwerkwoord en wordt gecombineerd met een infinitief.
(3) Ze kunnen wel verdwaald zijn.
(4) Hij kan dansen als een edelman.
Vooral in het westen van Nederland worden beide werkwoorden door veel taalgebruikers met elkaar vermengd, waarbij vormen van de tegenwoordige tijd van kennen gebruikt worden in de betekenis van kunnen en vormen van (meestal de verleden tijd van) kunnen in de betekenis van kennen (dus kon(den) in plaats van ken(den)).
(5) Dat ken jij wel zeggen, maar ik geloof het toch niet. (in Nederland, geen standaardtaal)
(6 ) Ken het zijn dat ik u kan? (in Nederland, geen standaardtaal)
(7) Hij deed net alsof hij haar al jaren kon. (in Nederland, geen standaardtaal)
Aangezien dit gebruik over het algemeen wordt veroordeeld als onverzorgd en plat, verdient het beslist geen aanbeveling, ook niet in informele spreektaal.
woensdag 25 mei 2011 om 09:13
quote:carenza schreef op 25 mei 2011 @ 09:09:
Van: www.taaladvies.net
Kennen / kunnen
Vraag
Is het Ik ken hem niet uitstaan of Ik kan hem niet uitstaan?
Antwoord
De correcte zin is Ik kan hem niet uitstaan. Ik ken hem niet uitstaan komt in Nederland wel veel voor, maar behoort niet tot de standaardtaal.
Toelichting
Kennen heeft als hoofdbetekenissen 'onderscheiden, herkennen' en 'bekend, vertrouwd zijn met' en wordt daarnaast onder andere ook gebruikt in de betekenis 'door studie of oefening geleerd hebben', 'beheersen'. Kunnen heeft als hoofdbetekenissen 'mogelijk zijn', 'in staat zijn'. De betekenissen van beide werkwoorden zijn dus nauw aan elkaar verwant. Kennen heeft echter als overgankelijk werkwoord altijd een lijdend voorwerp bij zich.
(1) Ik heb hem wel eens ontmoet, maar ik ken hem niet goed.
(2) Hij heeft flink zijn best gedaan en kent zijn les.
Kunnen is daarentegen een hulpwerkwoord en wordt gecombineerd met een infinitief.
(3) Ze kunnen wel verdwaald zijn.
(4) Hij kan dansen als een edelman.
Vooral in het westen van Nederland worden beide werkwoorden door veel taalgebruikers met elkaar vermengd, waarbij vormen van de tegenwoordige tijd van kennen gebruikt worden in de betekenis van kunnen en vormen van (meestal de verleden tijd van) kunnen in de betekenis van kennen (dus kon(den) in plaats van ken(den)).
(5) Dat ken jij wel zeggen, maar ik geloof het toch niet. (in Nederland, geen standaardtaal)
(6 ) Ken het zijn dat ik u kan? (in Nederland, geen standaardtaal)
(7) Hij deed net alsof hij haar al jaren kon. (in Nederland, geen standaardtaal)
Aangezien dit gebruik over het algemeen wordt veroordeeld als onverzorgd en plat, verdient het beslist geen aanbeveling, ook niet in informele spreektaal.Wat heeft kennen er mee te maken?
Van: www.taaladvies.net
Kennen / kunnen
Vraag
Is het Ik ken hem niet uitstaan of Ik kan hem niet uitstaan?
Antwoord
De correcte zin is Ik kan hem niet uitstaan. Ik ken hem niet uitstaan komt in Nederland wel veel voor, maar behoort niet tot de standaardtaal.
Toelichting
Kennen heeft als hoofdbetekenissen 'onderscheiden, herkennen' en 'bekend, vertrouwd zijn met' en wordt daarnaast onder andere ook gebruikt in de betekenis 'door studie of oefening geleerd hebben', 'beheersen'. Kunnen heeft als hoofdbetekenissen 'mogelijk zijn', 'in staat zijn'. De betekenissen van beide werkwoorden zijn dus nauw aan elkaar verwant. Kennen heeft echter als overgankelijk werkwoord altijd een lijdend voorwerp bij zich.
(1) Ik heb hem wel eens ontmoet, maar ik ken hem niet goed.
(2) Hij heeft flink zijn best gedaan en kent zijn les.
Kunnen is daarentegen een hulpwerkwoord en wordt gecombineerd met een infinitief.
(3) Ze kunnen wel verdwaald zijn.
(4) Hij kan dansen als een edelman.
Vooral in het westen van Nederland worden beide werkwoorden door veel taalgebruikers met elkaar vermengd, waarbij vormen van de tegenwoordige tijd van kennen gebruikt worden in de betekenis van kunnen en vormen van (meestal de verleden tijd van) kunnen in de betekenis van kennen (dus kon(den) in plaats van ken(den)).
(5) Dat ken jij wel zeggen, maar ik geloof het toch niet. (in Nederland, geen standaardtaal)
(6 ) Ken het zijn dat ik u kan? (in Nederland, geen standaardtaal)
(7) Hij deed net alsof hij haar al jaren kon. (in Nederland, geen standaardtaal)
Aangezien dit gebruik over het algemeen wordt veroordeeld als onverzorgd en plat, verdient het beslist geen aanbeveling, ook niet in informele spreektaal.Wat heeft kennen er mee te maken?
Ouwe tang, verveel je je soms? Zoek eens een andere hobby dan mensen op dit forum af te zeiken, graftak!
woensdag 25 mei 2011 om 09:28
woensdag 25 mei 2011 om 11:16
quote:flint schreef op 25 mei 2011 @ 08:36:
Kun: als je iemand direct aanspreekt
Kan: als je de hele wereld aanspreekt, meer algemeen dus.
Dit is echt onzin. Er is geen betekenisverschil. Wel is 'kun je' meer geschreven taal en 'kan je' spreektaal. Maar volgens mij is het hele zinnetje eigenlijk een uitdrukking, spreektaal dus.
Mag allebei.
Kun: als je iemand direct aanspreekt
Kan: als je de hele wereld aanspreekt, meer algemeen dus.
Dit is echt onzin. Er is geen betekenisverschil. Wel is 'kun je' meer geschreven taal en 'kan je' spreektaal. Maar volgens mij is het hele zinnetje eigenlijk een uitdrukking, spreektaal dus.
Mag allebei.