rekentoets
zondag 14 april 2013 om 10:06
Ik heb morgen een rekentoets (mbo) met onderdelen die ik best moeilijk vind. Misschien gek maar ik ben echt niet goed in rekenen en ik moet een 4.3 halen om voldoende te staan dus dat is best een laag cijfer en het moet lukken. Wat ik moeilijk vind zijn percentages omrekenen naar breuken en breuken naar percentages. ook met decimalen heb ik problemen. Heeft iemand tips hiervoor? Wat ik vooral moeilijk vind zijn verhoudingen, hoe je dan uitrekent uit een verhaal wat de verhouding is.
zondag 14 april 2013 om 10:14
Ik ben er ook niet zo goed in maar ik zal mijn best doen om het simpel uit te leggen.
Bij breuken geldt zoveel van het geheel en het geheel is gelijk aan 100. Bij 1/5 is die 5 dus gelijk aan 100 (geheel). 1 betekent dan dat het 1 van de 5 is. Als 5 gelijk staat aan 100 staat 1 gelijk aan 20. Dus 1/5 is 20%.
Bij ingewikkeldere getallen zoals 3/8 is 8 het geheel. Je deelt 100 door 8 (=12,5). Dat antwoord doe je keer 3 (=37,5). Dus 3/8 is 37,5%. Omgekeerd kan ik hem je niet uitleggen sorry. Ik zal er nog even over na denken hoe ik dat ook alweer doe:).
En voor verhoudingen geldt: Pietje heeft 6 appels. Jantje heeft er 4. Wat is dan de verhouding? Voor verhoudingen geldt ook 100 is het geheel. Samen hebben ze 10 appels. Dat betekent dat 10 appels gelijk staat aan 100. Maar Pietje heeft er 6 v/d 10. Als 10 gelijk staat aan 100 staat 6 gelijk aan 60. Dan heeft Pietje 60%. Jantje heeft er 4 dus zal hij 40% hebben. En ter controle kan je berekenen of de uitgerekende procenten samen weer 100 zijn.
Misschien heb je ook voorbeelden van jouw opleiding waarmee wij je kunnen helpen? Ik hoop dat je aan bovenstaande iets hebt ook al is het niet gemakkelijk uitgelegd.
Bij breuken geldt zoveel van het geheel en het geheel is gelijk aan 100. Bij 1/5 is die 5 dus gelijk aan 100 (geheel). 1 betekent dan dat het 1 van de 5 is. Als 5 gelijk staat aan 100 staat 1 gelijk aan 20. Dus 1/5 is 20%.
Bij ingewikkeldere getallen zoals 3/8 is 8 het geheel. Je deelt 100 door 8 (=12,5). Dat antwoord doe je keer 3 (=37,5). Dus 3/8 is 37,5%. Omgekeerd kan ik hem je niet uitleggen sorry. Ik zal er nog even over na denken hoe ik dat ook alweer doe:).
En voor verhoudingen geldt: Pietje heeft 6 appels. Jantje heeft er 4. Wat is dan de verhouding? Voor verhoudingen geldt ook 100 is het geheel. Samen hebben ze 10 appels. Dat betekent dat 10 appels gelijk staat aan 100. Maar Pietje heeft er 6 v/d 10. Als 10 gelijk staat aan 100 staat 6 gelijk aan 60. Dan heeft Pietje 60%. Jantje heeft er 4 dus zal hij 40% hebben. En ter controle kan je berekenen of de uitgerekende procenten samen weer 100 zijn.
Misschien heb je ook voorbeelden van jouw opleiding waarmee wij je kunnen helpen? Ik hoop dat je aan bovenstaande iets hebt ook al is het niet gemakkelijk uitgelegd.
zondag 14 april 2013 om 10:46
Nou, ik heb goed nieuws voor je:
Centrale examens Nederlands en rekenen
In het mbo krijgt elke student sinds 2010 les in Nederlands en rekenen. De centrale examinering van deze vakken wordt gefaseerd ingevoerd. Voor mbo-4 opleidingen moeten studenten vanaf 2014-2015 (Nederlands) en 2015-2016 (rekenen) verplicht centrale examens afleggen. Studenten die een opleiding mbo-2 of mbo-3 volgen, starten een jaar later met de centrale examens. Tot die tijd leggen studenten pilotexamens af waarbij de behaalde resultaten nog niet meetellen voor het diploma.
De invoering van centrale examinering voor taal en rekenen in het mbo maakt deel uit van het overheidsbeleid voor verbetering van de taal- en rekenprestaties van alle leerlingen in het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs.
Met andere woorden, je hoeft het niet te halen!!
Centrale examens Nederlands en rekenen
In het mbo krijgt elke student sinds 2010 les in Nederlands en rekenen. De centrale examinering van deze vakken wordt gefaseerd ingevoerd. Voor mbo-4 opleidingen moeten studenten vanaf 2014-2015 (Nederlands) en 2015-2016 (rekenen) verplicht centrale examens afleggen. Studenten die een opleiding mbo-2 of mbo-3 volgen, starten een jaar later met de centrale examens. Tot die tijd leggen studenten pilotexamens af waarbij de behaalde resultaten nog niet meetellen voor het diploma.
De invoering van centrale examinering voor taal en rekenen in het mbo maakt deel uit van het overheidsbeleid voor verbetering van de taal- en rekenprestaties van alle leerlingen in het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs.
Met andere woorden, je hoeft het niet te halen!!
zondag 14 april 2013 om 10:54
Volgens mij is het vooral belangrijk om te onthouden waar je het nou eigenlijk over hebt. Een breuk is niet zo maar een ding, het staat ergens voor.
1/5 betekent '1 stukje van iets dat in vijven gedeeld is'.
Procenten werken eigenlijk net zo, alleen is het dan altijd eerst in honderd gedeeld. 17% betekent dus '17 stukjes van iets dat door 100 is gedeeld'.
Een verhouding is eigenlijk ook een breuk. Als ik 3 euro heb en jij 9, hebben we samen 12 euro. Ik heb 3/12 en jij 9/12.
Van breuken naar procenten is dus net zo als van de ene breuk naar de andere.
1/5 betekent '1 stukje van iets dat in vijven gedeeld is'.
Procenten werken eigenlijk net zo, alleen is het dan altijd eerst in honderd gedeeld. 17% betekent dus '17 stukjes van iets dat door 100 is gedeeld'.
Een verhouding is eigenlijk ook een breuk. Als ik 3 euro heb en jij 9, hebben we samen 12 euro. Ik heb 3/12 en jij 9/12.
Van breuken naar procenten is dus net zo als van de ene breuk naar de andere.
En wij ons maar afvragen waar die afvalberg vandaan komt.