Het Spuugpaleis
zaterdag 15 november 2014 om 19:32
Doe je het graag met panda's? Heeft je partner last van spuugdraden?
Hier kan je alle eigenaardigheden delen met gelijkgestemden!
Wij kijken nergens van op (serieus, wij kijken nérgens van op, behalve nekschoten).
Wij posten hier wel met de volgende 10 geboden in ons hart
1. Hou zielsveel van het Paleis.
2. Geef iedereen applaus en geen kritiek.
3. Al uw spuugpasjes zult ge leren.
4. Door te herhalen, wel duizend keren.
5. Spuug met vol plezier en enthousiasme.
6. Maar wees je naaste niet tot last.
7. Vergeet niet dat je ook ooit een beginner was.
8. Dan ben je een echte spuger, eerste klas.
9. Spugen doe je zij aan zij.
10. En iedereen hoort er bij.
DE TABEL IS VOL!!!
Meekletsen mag natuurlijk altijd. Maar is niet gewenst. Co, jij mag nog in de tabel als je wilt.
naamdoeleinddatumda KetterugkomenzsmFluitgeen doelt/m maart 15strotiede kroeg voorbij1 maart 2015ameirechten voor vrije uitloop kip15-05-15mrsWzuipeneinde der dagendroosjefabrikoosjeals 7de posten in deel 2asap1blomverspreiding18-04-15biebelmiss Overijssel wordendoel bereikt Iesepiesconclaveren27-15-3012phooligjephooldanseneind maart (einde abo)kiezelSteinslapen en luieren (subdoel; lepra de wereld uit)eind 2074makaiAapgeëerT wordten op hed vorumvan nu tot altijdsmeerpoeznog meer botoxt/m 2034damessnotjeshet werpen der laatste steenst. juttemis 2057annanassappeluitgroei kweken tot tokkielook geperfectioneerd isvoor morgenochtend 3 uurmissBeehive3 kilo terugvindenvoor het eind v/d maandexblaarwereldbeeld zuiver houdentot het einde der tijdenolala1000 garnalen pellenvoordat ze gaan stinkensussepusminder mooi en slim29 februaririetdeüberparkietemancieepaatie voor alle gele oranje medeforummers bevorderenvoor 7 uur
DeelnemerLeeftijdLengteStartgewichtHuidig gewichtStreefgewichtfloimpgelukkig nieuwjaar84 cm5 stenen3 tegels1vlonderstoor ik?58120 cmstreefgewicht behaald 98,1 kilo
Wil je in de tabel; graag dikgedrukt aangeven!
Hier kan je alle eigenaardigheden delen met gelijkgestemden!
Wij kijken nergens van op (serieus, wij kijken nérgens van op, behalve nekschoten).
Wij posten hier wel met de volgende 10 geboden in ons hart
1. Hou zielsveel van het Paleis.
2. Geef iedereen applaus en geen kritiek.
3. Al uw spuugpasjes zult ge leren.
4. Door te herhalen, wel duizend keren.
5. Spuug met vol plezier en enthousiasme.
6. Maar wees je naaste niet tot last.
7. Vergeet niet dat je ook ooit een beginner was.
8. Dan ben je een echte spuger, eerste klas.
9. Spugen doe je zij aan zij.
10. En iedereen hoort er bij.
DE TABEL IS VOL!!!
Meekletsen mag natuurlijk altijd. Maar is niet gewenst. Co, jij mag nog in de tabel als je wilt.
naamdoeleinddatumda KetterugkomenzsmFluitgeen doelt/m maart 15strotiede kroeg voorbij1 maart 2015ameirechten voor vrije uitloop kip15-05-15mrsWzuipeneinde der dagendroosjefabrikoosjeals 7de posten in deel 2asap1blomverspreiding18-04-15biebelmiss Overijssel wordendoel bereikt Iesepiesconclaveren27-15-3012phooligjephooldanseneind maart (einde abo)kiezelSteinslapen en luieren (subdoel; lepra de wereld uit)eind 2074makaiAapgeëerT wordten op hed vorumvan nu tot altijdsmeerpoeznog meer botoxt/m 2034damessnotjeshet werpen der laatste steenst. juttemis 2057annanassappeluitgroei kweken tot tokkielook geperfectioneerd isvoor morgenochtend 3 uurmissBeehive3 kilo terugvindenvoor het eind v/d maandexblaarwereldbeeld zuiver houdentot het einde der tijdenolala1000 garnalen pellenvoordat ze gaan stinkensussepusminder mooi en slim29 februaririetdeüberparkietemancieepaatie voor alle gele oranje medeforummers bevorderenvoor 7 uur
DeelnemerLeeftijdLengteStartgewichtHuidig gewichtStreefgewichtfloimpgelukkig nieuwjaar84 cm5 stenen3 tegels1vlonderstoor ik?58120 cmstreefgewicht behaald 98,1 kilo
Wil je in de tabel; graag dikgedrukt aangeven!
woensdag 14 januari 2015 om 18:21
woensdag 14 januari 2015 om 19:13
De Vlaamse reus
De Vlaamse reus is een Belgisch konijnenras dat al raszuiver was in de 19e eeuw. Zijn oorsprong ligt waarschijnlijk in het Oost-Vlaamse Gent. Het dier dankt zijn naam aan zijn grootte en zwaarte. In Duitsland werd de Vlaamse reus in 1937 omgedoopt tot Duitse reus (Deutscher Riese) en werden ze nog zwaarder gefokt.
Ontstaan en standaard
Tussen 1825 en 1880 zorgden Gentse konijnenkwekers voor de ontwikkeling van een zeer groot konijnenras. Oorspronkelijk werd dit dan ook Gentse reus genoemd.[1] Wekelijks werden er wedstrijden gehouden voor de zwaarste konijnen.[2] Hiermee werd gericht verder gekweekt, wat leidde tot het ontstaan van een zeer zwaar ras. Eind 19e eeuw werd het ras geëxporteerd naar Duitsland, waar er verder mee geselecteerd werd. In 1937 kreeg de Duitse reus dan zijn naam. De huidige Vlaamse reuzen zouden op hun beurt terug beïnvloed zijn door de Duitse reuzen.
Het ras werd opgenomen in de eerste Duitse standaard in 1893. De eerste Nederlandstalige standaard dateert pas van 1995.
In Nederland is het ras erkend sinds 20 oktober 1907.
Anatomie
Eenmaal volwassen, weegt het dier van 6 tot 7,5 kg, maar er zijn zelfs exemplaren gewogen van 10 kilogram (ter vergelijking: een wild konijn weegt 1,2 tot 2,5 kg). De oren zijn minimaal 17 cm en maximaal 21 cm lang. Hangende oren zijn niet toegelaten. Kortgebouwde dieren zijn uit den boze; de lichaamslengte van een goedgebouwde Vlaamse reus bedraagt minstens 75 cm.
Het mannetje is tamelijk goed van het vrouwtje te onderscheiden. Eenmaal volwassen én geslachtsrijp (vanaf 6 maanden) kan de rammelaar herkend worden aan de flink ontwikkelde kop. De voedster daarentegen heeft een smallere kop en onder de kop soms een wam (een wam is een huidplooi, gevormd door vet). Te grote wammen, ook wel beenwammen genoemd, worden afgekeurd.
Kleuren
Ondertussen bestaan ze naast konijngrijs en wit ook in ijzergrauw, geel, blauw, blauwgrijs, blauwgrauw, zwart en haaskleur. Dit zijn alle 9 erkende kleuren. Dieren met meer dan één kleurschakering (zoals konijngrijs met wit) zijn niet toegelaten op tentoonstellingen en meestal niet raszuiver.
Voeding
Op vlak van voeding doet de Vlaamse reus in feite niet moeilijk. Toch moet men, bij het aanschaffen van zo'n dier, rekening houden met het feit dat Vlaamse reuzen meer eten moeten krijgen dan een ander konijn. Variatie van zo veel mogelijk groentes een kleine hoeveelheid tegelijkertijd is belangrijk, in de natuur eten konijnen immers ook altijd gevarieerd. Voorbeelden van goede groenten om te geven zijn: andijvie, veldsla, broccoli, venkel, wortelen, loof van wortelen en radijzen, witloof, waterkers, aangevuld met een takje peterselie of selderie. Voeder appels en peren met mate. Men geeft best niet te veel bonen, erwten, maïs, kool (alle variëteiten), spruitjes en sla.
Vooral bij Vlaamse reuzen is het geven van groenvoer ook belangrijk, net zoals goed hooi. Ze bevatten beide die vezels die goed zijn voor de darmflora. Bij een tekort aan de vezels kan het dier diarree krijgen of ziek worden. Ook hier is variatie belangrijk. Er zijn in de natuur nog veel kruiden en planten die goed zijn voor konijnen. Enkele voorbeelden: weegbree, herderstasje, boerenwormkruid, bloemen en blad van de paardenbloem.
De Vlaamse reus is een Belgisch konijnenras dat al raszuiver was in de 19e eeuw. Zijn oorsprong ligt waarschijnlijk in het Oost-Vlaamse Gent. Het dier dankt zijn naam aan zijn grootte en zwaarte. In Duitsland werd de Vlaamse reus in 1937 omgedoopt tot Duitse reus (Deutscher Riese) en werden ze nog zwaarder gefokt.
Ontstaan en standaard
Tussen 1825 en 1880 zorgden Gentse konijnenkwekers voor de ontwikkeling van een zeer groot konijnenras. Oorspronkelijk werd dit dan ook Gentse reus genoemd.[1] Wekelijks werden er wedstrijden gehouden voor de zwaarste konijnen.[2] Hiermee werd gericht verder gekweekt, wat leidde tot het ontstaan van een zeer zwaar ras. Eind 19e eeuw werd het ras geëxporteerd naar Duitsland, waar er verder mee geselecteerd werd. In 1937 kreeg de Duitse reus dan zijn naam. De huidige Vlaamse reuzen zouden op hun beurt terug beïnvloed zijn door de Duitse reuzen.
Het ras werd opgenomen in de eerste Duitse standaard in 1893. De eerste Nederlandstalige standaard dateert pas van 1995.
In Nederland is het ras erkend sinds 20 oktober 1907.
Anatomie
Eenmaal volwassen, weegt het dier van 6 tot 7,5 kg, maar er zijn zelfs exemplaren gewogen van 10 kilogram (ter vergelijking: een wild konijn weegt 1,2 tot 2,5 kg). De oren zijn minimaal 17 cm en maximaal 21 cm lang. Hangende oren zijn niet toegelaten. Kortgebouwde dieren zijn uit den boze; de lichaamslengte van een goedgebouwde Vlaamse reus bedraagt minstens 75 cm.
Het mannetje is tamelijk goed van het vrouwtje te onderscheiden. Eenmaal volwassen én geslachtsrijp (vanaf 6 maanden) kan de rammelaar herkend worden aan de flink ontwikkelde kop. De voedster daarentegen heeft een smallere kop en onder de kop soms een wam (een wam is een huidplooi, gevormd door vet). Te grote wammen, ook wel beenwammen genoemd, worden afgekeurd.
Kleuren
Ondertussen bestaan ze naast konijngrijs en wit ook in ijzergrauw, geel, blauw, blauwgrijs, blauwgrauw, zwart en haaskleur. Dit zijn alle 9 erkende kleuren. Dieren met meer dan één kleurschakering (zoals konijngrijs met wit) zijn niet toegelaten op tentoonstellingen en meestal niet raszuiver.
Voeding
Op vlak van voeding doet de Vlaamse reus in feite niet moeilijk. Toch moet men, bij het aanschaffen van zo'n dier, rekening houden met het feit dat Vlaamse reuzen meer eten moeten krijgen dan een ander konijn. Variatie van zo veel mogelijk groentes een kleine hoeveelheid tegelijkertijd is belangrijk, in de natuur eten konijnen immers ook altijd gevarieerd. Voorbeelden van goede groenten om te geven zijn: andijvie, veldsla, broccoli, venkel, wortelen, loof van wortelen en radijzen, witloof, waterkers, aangevuld met een takje peterselie of selderie. Voeder appels en peren met mate. Men geeft best niet te veel bonen, erwten, maïs, kool (alle variëteiten), spruitjes en sla.
Vooral bij Vlaamse reuzen is het geven van groenvoer ook belangrijk, net zoals goed hooi. Ze bevatten beide die vezels die goed zijn voor de darmflora. Bij een tekort aan de vezels kan het dier diarree krijgen of ziek worden. Ook hier is variatie belangrijk. Er zijn in de natuur nog veel kruiden en planten die goed zijn voor konijnen. Enkele voorbeelden: weegbree, herderstasje, boerenwormkruid, bloemen en blad van de paardenbloem.
woensdag 14 januari 2015 om 19:53
De Sperzieboon
De sperzieboon of prinsessenboon is een peulvrucht die met de peul als groente gegeten wordt. De sperzieboon behoort tot de boon (Phaseolus vulgaris). Witte bonen zijn de gedroogde, volgroeide zaden van de stamsperzieboon. De sperzieboon wordt ook wel prinsessenboon, slaboon of herenboon genoemd. Oorspronkelijk is de sperzieboon afkomstig uit Zuid-Amerika. De naam is afgeleid van `aspergieboontjes'. Deze boontjes danken hun naam aan het feit dat ze volgens oud-Hollands gebruik net als asperges met gesmolten boter en nootmuskaat werden opgediend.
Er is een stamvariant, de stamslaboon en een klimmende (windende), de stokslaboon.
Ziekten en plagen
De bonen kunnen aangetast worden door het 3 tot 4 mm grote bonenkevertje (Acanthoscelides obtectus). Tijdens de groei legt het kevertje eitjes in de bonen. Bij de bewaring vreten de larven de bonen uit en komen in het voorjaar de kevertjes naar buiten. Hierdoor ontstaan de karakteristieke ronde gaatjes in de boon. Door de bonen minimaal drie dagen bij -20°C of enkele weken in de diepvries te bewaren worden de eitjes en de larven gedood.
Ook worden bonen aangetast door de bonenspintmijt (Tetranychus urticae). Op het blad verschijnen op de bovenkant stipvormige vlekjes. Op de onderkant zitten zeer kleine spinachtige beestjes. Bij een ernstige aantasting vallen de bladeren af.
Daarnaast zijn bonen onder vochtige omstandigheden vatbaar voor grauwe schimmel, die zowel blad, stengel als boon aantast. Vooral afgevallen bloempjes zijn vaak veroorzaker van een aantasting.
Ook kunnen bonen vooral onder warme, vochtige omstandigheden aangetast worden door sclerotiënrot (Sclerotinia sclerotiorum anam. Sclerotium varium).
In warme zomers kan aantasting van roest (Uromyces appendiculatus var. appendiculatus) optreden. Op het blad ontstaan eerst lichte, ronde vlekjes met op de achterkant in een kring staande witte bekertjes. Later kleuren de vlekken door de vorming van sporen van lichtbruin naar donkerbruin.
De sperzieboon of prinsessenboon is een peulvrucht die met de peul als groente gegeten wordt. De sperzieboon behoort tot de boon (Phaseolus vulgaris). Witte bonen zijn de gedroogde, volgroeide zaden van de stamsperzieboon. De sperzieboon wordt ook wel prinsessenboon, slaboon of herenboon genoemd. Oorspronkelijk is de sperzieboon afkomstig uit Zuid-Amerika. De naam is afgeleid van `aspergieboontjes'. Deze boontjes danken hun naam aan het feit dat ze volgens oud-Hollands gebruik net als asperges met gesmolten boter en nootmuskaat werden opgediend.
Er is een stamvariant, de stamslaboon en een klimmende (windende), de stokslaboon.
Ziekten en plagen
De bonen kunnen aangetast worden door het 3 tot 4 mm grote bonenkevertje (Acanthoscelides obtectus). Tijdens de groei legt het kevertje eitjes in de bonen. Bij de bewaring vreten de larven de bonen uit en komen in het voorjaar de kevertjes naar buiten. Hierdoor ontstaan de karakteristieke ronde gaatjes in de boon. Door de bonen minimaal drie dagen bij -20°C of enkele weken in de diepvries te bewaren worden de eitjes en de larven gedood.
Ook worden bonen aangetast door de bonenspintmijt (Tetranychus urticae). Op het blad verschijnen op de bovenkant stipvormige vlekjes. Op de onderkant zitten zeer kleine spinachtige beestjes. Bij een ernstige aantasting vallen de bladeren af.
Daarnaast zijn bonen onder vochtige omstandigheden vatbaar voor grauwe schimmel, die zowel blad, stengel als boon aantast. Vooral afgevallen bloempjes zijn vaak veroorzaker van een aantasting.
Ook kunnen bonen vooral onder warme, vochtige omstandigheden aangetast worden door sclerotiënrot (Sclerotinia sclerotiorum anam. Sclerotium varium).
In warme zomers kan aantasting van roest (Uromyces appendiculatus var. appendiculatus) optreden. Op het blad ontstaan eerst lichte, ronde vlekjes met op de achterkant in een kring staande witte bekertjes. Later kleuren de vlekken door de vorming van sporen van lichtbruin naar donkerbruin.
woensdag 14 januari 2015 om 19:56
Rozijn
rozijnen
Drogen van druiven op Kreta in de omgeving van Knossos
Een rozijn is een gedroogde druif.
Het drogen gebeurt om de druif langer te kunnen bewaren. Druiven groeien in trossen aan wijnstokken. Op het zuidelijk halfrond zijn de druiven in maart rijp; op het noordelijk halfrond in augustus en september. De trossen worden van de struiken afgeknipt en op plastic folie in de zon gelegd om te drogen. Het vochtgehalte daalt, de druif krimpt en laat los van de steel. Tijdens het drogen worden de druiven donkerder van kleur. Door de druiven voor het drogen te drenken in potas, blijven ze licht van kleur. De potas veroorzaakt ook kleine barstjes in het vel, waardoor het droogproces wordt verkort. Het drogen duurt nu geen twintig dagen maar zeven tot veertien dagen; dit hangt af van het weer. Vervolgens worden de rozijnen gewassen en ontdaan van steeltjes, steentjes, takjes, enz. Om ze daarna nog beter te kunnen bewaren worden de rozijnen nog gezwaveld, dat wil zeggen behandeld met zwaveldioxide. Het is dan ook aan te raden rozijnen voor consumptie te wassen om de ontstane sulfieten te verwijderen.
Omdat een groot gedeelte van het vocht uit de druif is verdwenen, zijn rozijnen zoeter dan druiven.
Rozijnen kunnen zo worden gegeten, maar worden ook in allerlei gerechten gebruikt. Een bekend recept met rozijnen is boerenjongens.
Het woord rozijn komt uit het Frans: 'raisin', waar het gewoon 'druif' betekent. Een 'rozijn' heet: 'raisin sec', 'droge druif'.
De omgeving rond Valbonne ten noorden van Cannes was vroeger de streek, waar veel rozijnen werden gemaakt van de servandruif.
Geschiedenis[bewerken]
In de annalen van een Antwerps koopman kon men terugvinden dat in 1695 de belangrijkste Zuid-Nederlandse steden bevoorraad werden met rozijnen uit de streek van Arcos de la Frontera in Spanje, op de volgende manier: Brussel 100 vaten, Antwerpen, Gent en Brugge elk 80, Mechelen 30 en Lier 20.[1]
Zie ook[bewerken]
Krent
Servan (druif)
Drogen (voedselconservering)
rozijnen
Drogen van druiven op Kreta in de omgeving van Knossos
Een rozijn is een gedroogde druif.
Het drogen gebeurt om de druif langer te kunnen bewaren. Druiven groeien in trossen aan wijnstokken. Op het zuidelijk halfrond zijn de druiven in maart rijp; op het noordelijk halfrond in augustus en september. De trossen worden van de struiken afgeknipt en op plastic folie in de zon gelegd om te drogen. Het vochtgehalte daalt, de druif krimpt en laat los van de steel. Tijdens het drogen worden de druiven donkerder van kleur. Door de druiven voor het drogen te drenken in potas, blijven ze licht van kleur. De potas veroorzaakt ook kleine barstjes in het vel, waardoor het droogproces wordt verkort. Het drogen duurt nu geen twintig dagen maar zeven tot veertien dagen; dit hangt af van het weer. Vervolgens worden de rozijnen gewassen en ontdaan van steeltjes, steentjes, takjes, enz. Om ze daarna nog beter te kunnen bewaren worden de rozijnen nog gezwaveld, dat wil zeggen behandeld met zwaveldioxide. Het is dan ook aan te raden rozijnen voor consumptie te wassen om de ontstane sulfieten te verwijderen.
Omdat een groot gedeelte van het vocht uit de druif is verdwenen, zijn rozijnen zoeter dan druiven.
Rozijnen kunnen zo worden gegeten, maar worden ook in allerlei gerechten gebruikt. Een bekend recept met rozijnen is boerenjongens.
Het woord rozijn komt uit het Frans: 'raisin', waar het gewoon 'druif' betekent. Een 'rozijn' heet: 'raisin sec', 'droge druif'.
De omgeving rond Valbonne ten noorden van Cannes was vroeger de streek, waar veel rozijnen werden gemaakt van de servandruif.
Geschiedenis[bewerken]
In de annalen van een Antwerps koopman kon men terugvinden dat in 1695 de belangrijkste Zuid-Nederlandse steden bevoorraad werden met rozijnen uit de streek van Arcos de la Frontera in Spanje, op de volgende manier: Brussel 100 vaten, Antwerpen, Gent en Brugge elk 80, Mechelen 30 en Lier 20.[1]
Zie ook[bewerken]
Krent
Servan (druif)
Drogen (voedselconservering)
Life is short. Eat dessert first.
woensdag 14 januari 2015 om 19:59
De Geodriehoek
Geodriehoek
Een geodriehoek (oorspronkelijk: geometrie-driehoek) is een veelzijdig gereedschap van transparante kunststof dat gebruikt wordt bij de meetkunde, bij tekenwerk en bij het snijden van papier en folie. De geodriehoek is een combinatie van een liniaal en een gradenboog. De meest voorkomende vorm van de geodriehoek is de gelijkbenige rechthoekige driehoek, dus met twee hoeken van 45° en één van 90°. Aan de langste zijde is de centimeterverdeling aangebracht met het nulpunt in het midden. Dit is ook het centrum van de gradenboog, waarvan de hoeken zijn doorgetrokken tot de korte zijden. Haaks op de liniaalverdeling zijn enkele afstandsstreepjes aangebracht voor het tekenen en controleren van evenwijdige lijnen.
Door deze vorm kan men met de geodriehoek direct:
rechte lijnen trekken en snijden
rechte hoeken tekenen, snijden en meten
hoeken van 45° en 135° uitzetten, snijden en meten
afstanden uitzetten, snijden en meten (met als maximum de lengte van de centimeterschaal) met een nauwkeurigheid van 1 mm
en indirect:
andere hoeken tussen 0° en 180° uitzetten, snijden en meten met behulp van de gradenboog (nauwkeurigheid 1 graad)
de helft van een hoek bepalen en uitzetten met de (symmetrische) gradenboog
het trekken, snijden en meten van evenwijdige lijnen
het midden tussen twee punten bepalen met de (symmetrische) liniaal
De geodriehoek maakt deel uit van de standaardgereedschappen van leerlingen in het middelbaar wiskundeonderwijs.
De driehoekige vorm van de geodriehoek ligt vrijwel altijd vast. De grootte, de kleur en het materiaal waar de geodriehoek van gemaakt is, is echter variabel en soms zelfs enigszins aan mode onderhevig. Voor schooldoeleinden is hij meestal doorzichtig en 16 × 8 cm groot, met een schaal van 7 cm. Voor professionele toepassingen zijn er typen van 22 × 11 cm. Voor het werken op een schoolbord bestaan er witte uitvoeringen met afmetingen tot wel 60 × 60 cm, die zijn voorzien van een handgreep.
Een bekend merk dat de geodriehoek sinds 1964 op de markt brengt is Aristo.
Vaak wordt geadverteerd met het feit dat de geodriehoek onbreekbaar is, dit is meestal niet zo.
Geodriehoek
Een geodriehoek (oorspronkelijk: geometrie-driehoek) is een veelzijdig gereedschap van transparante kunststof dat gebruikt wordt bij de meetkunde, bij tekenwerk en bij het snijden van papier en folie. De geodriehoek is een combinatie van een liniaal en een gradenboog. De meest voorkomende vorm van de geodriehoek is de gelijkbenige rechthoekige driehoek, dus met twee hoeken van 45° en één van 90°. Aan de langste zijde is de centimeterverdeling aangebracht met het nulpunt in het midden. Dit is ook het centrum van de gradenboog, waarvan de hoeken zijn doorgetrokken tot de korte zijden. Haaks op de liniaalverdeling zijn enkele afstandsstreepjes aangebracht voor het tekenen en controleren van evenwijdige lijnen.
Door deze vorm kan men met de geodriehoek direct:
rechte lijnen trekken en snijden
rechte hoeken tekenen, snijden en meten
hoeken van 45° en 135° uitzetten, snijden en meten
afstanden uitzetten, snijden en meten (met als maximum de lengte van de centimeterschaal) met een nauwkeurigheid van 1 mm
en indirect:
andere hoeken tussen 0° en 180° uitzetten, snijden en meten met behulp van de gradenboog (nauwkeurigheid 1 graad)
de helft van een hoek bepalen en uitzetten met de (symmetrische) gradenboog
het trekken, snijden en meten van evenwijdige lijnen
het midden tussen twee punten bepalen met de (symmetrische) liniaal
De geodriehoek maakt deel uit van de standaardgereedschappen van leerlingen in het middelbaar wiskundeonderwijs.
De driehoekige vorm van de geodriehoek ligt vrijwel altijd vast. De grootte, de kleur en het materiaal waar de geodriehoek van gemaakt is, is echter variabel en soms zelfs enigszins aan mode onderhevig. Voor schooldoeleinden is hij meestal doorzichtig en 16 × 8 cm groot, met een schaal van 7 cm. Voor professionele toepassingen zijn er typen van 22 × 11 cm. Voor het werken op een schoolbord bestaan er witte uitvoeringen met afmetingen tot wel 60 × 60 cm, die zijn voorzien van een handgreep.
Een bekend merk dat de geodriehoek sinds 1964 op de markt brengt is Aristo.
Vaak wordt geadverteerd met het feit dat de geodriehoek onbreekbaar is, dit is meestal niet zo.
woensdag 14 januari 2015 om 20:01
Chocolade
Geschiedenis
Twee chocola drinkende Mixteekse koningen uit de Codex Zouche-Nuttall
De Azteken verbonden cacao met Xochiquetzal, de godin van de vruchtbaarheid. Zij dronken een chocoladedrank, xocoatl, vaak op smaak gebracht met vanille, chilipeper en piment. De drank zou vermoeidheid tegengaan, een resultaat van de cafeïne die een bestanddeel van de cacao is. Een Spaanse jezuïtische missionaris, Jose de Acosta, die aan het eind van de 16e eeuw in Peru en Mexico woonde, schreef al over dat effect. De drank werd onder andere gebruikt aan het hof van keizer Montezuma.
In 1585 werd chocolade voor het eerst op commerciële schaal van Veracruz naar Sevilla vervoerd. Chocolade werd toen alleen gedronken, waarbij de Europeanen er suiker aan toevoegden en de chilipeper weglieten. In 1615 werd de chocoladedrank bij officiële audiënties bij de Franse koning ingevoerd, totdat het gebruik door bezuinigingen weer werd afgeschaft. In de 17e eeuw was chocolade een luxeproduct dat vooral gebruikt werd door de adel.
De Spanjaarden die in Amerika woonden ontdekten dat ze lekkere chocoladekoekjes konden bakken door suiker aan de cacaopasta toe te voegen. Ze konden de bereidingswijze van chocolade bijna een eeuw lang geheimhouden.
De eerste chocoladefabriek verrees in 1728 in Engeland. In 1760 kwamen er fabrieken in Duitsland en Frankrijk. In 1819 werd voor het eerst Zwitserse chocolade gefabriceerd. In 1813 begon Blooker met de productie van cacao en chocolade in Nederland, en in 1828 deed Casparus van Houten sr. een belangrijke uitvinding waarmee op eenvoudige wijze het vet van de cacaomassa kon worden gescheiden. Deze techniek kreeg wereldwijd navolging. Eind 18e eeuw begon chocolade in prijs te dalen, zodat ook gewone mensen het konden betalen.
De eerste eetbare chocolade zou in 1847 zijn gemaakt door de Britse Quaker Joseph Fry. De Quaker-families Fry, Cadbury en Rowntree waren twee eeuwen in de chocolade-industrie actief.
Productie en bereiding
Een cacaoboom
Productie van cacao
Het hoofdbestanddeel van chocolade, cacao, wordt gewonnen uit cacaobonen, het zaad van de cacaoboom. Cacaobonen worden in jutezakken van ongeveer 70 kg geïmporteerd uit tropische streken. De cacaobonen werden daar al gefermenteerd en gedroogd (zie bij cacaoboom). Bij aankomst worden de bonen van diverse oorsprong gemengd, om een egale smaak te krijgen. De bonen worden vervolgens gereinigd: takjes, touw, steentjes en dergelijke worden eruit gehaald. Daarna worden de bonen geroosterd in draaiende trommels bij een temperatuur tot 140°C. De temperatuur en duur bepalen voor een groot deel de uiteindelijke smaak van de cacao. De geroosterde bonen gaan vervolgens door een breker. De dop breekt open en wordt weggeblazen zodat alleen de kern (nib) overblijft. De kernen worden in de cacaomolens fijngemalen tot een dikke vaste pasta. Dit heet de cacaomassa. Uit dit product kan het vet onttrokken worden. Dit heet de cacaoboter. De dikke, harde klomp die overblijft, wordt vermalen tot magere cacao, of cacaopoeder.
Hieronder wordt de productie in groter detail beschreven.
Gisting
De eerste stap in het productieproces is de gisting. Dit kan op verschillende manieren gebeuren.
Op kleinere schaal legt men de bonen in hopen en bedekt deze met bladeren van de bananenboom. Deze hopen kunnen 25 kg tot 2500 kg bonen bevatten. Soms legt men de bonen ook in manden. De meeste kwekers mixen hun bonen op de tweede of derde dag van gisting, enerzijds om meer homogeniteit te verkrijgen, anderzijds om meer zuurstof bij het proces te betrekken, teneinde lactaatvorming te vermijden.
In plantages of gisterijen worden de bonen en pulp verzameld in grote houten bakken, die 1 tot 2 ton bonen bevatten. Meestal zijn de bakken niet te hoog om een groot contactoppervlak te hebben met luchtzuurstof. Soms worden de bonen na een tijdje gisten in een andere bak gebracht, eveneens om redenen van zuurstoftoevoer. Op grote schaal laat men de bonen meestal langer gisten dan op kleine schaal.
Afhankelijk van de soort moet de massa twee tot acht dagen rusten. In een eerste fase komen er micro-organismen, voornamelijk gisten, in de pulp. Vermoedelijk zijn insecten zoals fruitvliegjes verantwoordelijk voor deze introducties. De temperatuur kan oplopen tot vijftig graden. De gist is er verantwoordelijk voor dat op de eerste dag de suiker in het vruchtvlees wordt omgezet in alcohol en koolstofdioxide. Ook lactaatvorming kan optreden, maar dat is funest voor de smaak en moet daarom vermeden worden, door genoeg zuurstof toe te dienen. Pectolytische enzymen en andere glycosidasen staan in voor de afbraak van de structuurgevende polysachariden. Het vruchtvlees wordt vloeibaar en spoelt weg. De extra zuurstof die beschikbaar komt leidt tot verdere oxidatie van de alcohol tot azijnzuur, voornamelijk van de tweede tot vierde dag. De daling van pH van ongeveer 6,5 tot 4,5 zorgt ervoor dat de celmembranen van de bonen meer permeabel worden. De cacaobonen verliezen hun kiempotentieel en het oxidatieproces begint nu ook binnen de bonen zelf. Van de vijfde tot de zevende gistingsdag zijn het vooral de fenolische componenten die geoxideerd en gecondenseerd worden. Deze zijn verantwoordelijk voor de typische kleur (roodbruin) van de gegiste cacaobonen. De daling in hoeveelheid opgeloste fenolen verbetert de oorspronkelijke sterke, wrange smaak. Het gistingsproces is zeer belangrijk voor het uiteindelijke aroma van de cacao, en moet daarom met zorg gebeuren. Vanzelfsprekend moet ook de groei van schadelijke micro-organismen worden voorkomen. De gisting van de cacao vindt meestal plaats in het land van productie.
Drogen
Het gistingsproces wordt gestopt door het drogen van de zaden tot ze een vochtgehalte hebben van minder dan acht procent. Dit fysisch proces moet traag gebeuren. Indien het te snel gebeurt, worden sommige scheikundige reacties uit het gistingsproces maar half ‘afgewerkt’ wat funest is voor de uiteindelijke smaak. Er zijn twee droogmethodes: drogen in de zon en kunstmatig drogen. Voor het drogen in de zon worden de bonen gespreid over een droge, propere ondergrond. De bonen worden gedraaid om een uniforme droging te verzekeren. Drogen in de zon wordt weinig op industriële schaal gedaan. Kunstmatig drogen gebeurt voornamelijk met warme lucht.
Branden
De gegiste en gedroogde cacao wordt naar de consumerende landen getransporteerd en daar verder verwerkt. De bonen worden gezuiverd en verzameld volgens grootte. Het is belangrijk dat de cacaobonen ongeveer gelijk worden gebrand. Het branden draagt bij tot de verdere oxidatie van de fenolen (belangrijk voor smaak) en het verder reduceren van het vochtgehalte, tot drie procent. Ook de eitjes en larven van ongedierte worden op deze manier vernietigd. Het aroma van de bonen wordt beter, de kleur dieper. Het zaad wordt hard en broos. De pel komt losser als gevolg van enzymologische en thermische reacties. Rijpheid, vochtgehalte, grootte en voorgaande verwerkingsstappen bepalen de mate van het roosteren. In het algemeen stijgt de temperatuur bij het roosteren niet boven 150 °C. Het roosteren zelf duurt 10 tot 35 minuten. Het hittetransport gebeurt direct via verwarmde oppervlakken of via warmeluchtstroom, zonder dat hierbij de pel van de bonen verbrand wordt. De bonen worden na het roosteren onmiddellijk gekoeld: op deze manier wordt het brandingproces volledig gestopt.
Zeven
De geroosterde bonen worden na het branden bijna altijd gezeefd om de pel en de kiemworteltjes te verwijderen. Na het zeven bekomt men ongeveer 80 procent bonen, 10 procent pel, een kleine hoeveelheid kiemen en ongeveer 4 procent fijne cacaodeeltjes bij het ‘afval’. De bonen zelf bevatten nog steeds anderhalf tot twee procent pel en kiemen. Hoewel de cacaoschil beschouwd wordt als afval van weinig waarde, kan het gebruikt worden voor verschillende doeleinden zoals het winnen van theobromine, als thee of, na de extractie van vet, als meststof of als brandstof. Wat algemeen beschouwd wordt als goede, pure cacao bevat maximaal 1,8% schilrestanten.
Malen
De cacaobonen worden nu gemalen. Er ontstaat een homogene, viskeuze cacaomassa. Deze massa wordt deels rechtstreeks gebruikt in de chocoladeproductie, anders wordt er cacaopoeder en cacaoboter van gemaakt.
Persen: cacaoboter en cacaopoeder
Deze massa wordt nu onderworpen aan een alkalisatieproces. De bedoeling is om de smaak te verbeteren door gedeeltelijke neutralisatie van de vrije zuren, maar ook om de kleur, homogeniteit en suspensiecapaciteit te verbeteren. In het alkalisatieproces, geïntroduceerd in 1828 door Coenraad Johannes van Houten, wordt de cacaomassa behandeld met een waterige 2-2,5 % alkalische oplossing bij een temperatuur van 75 tot 100 °C. Daarna wordt het geheel, indien nodig, geneutraliseerd met zuur. Het geheel wordt gedroogd tot een vochtgehalte van 2% met behulp van een vacuümdroger of door het verder kneden van de massa boven 100 °C. Deze behandeling veroorzaakt een zwelling van zetmeel met als gevolg een sponzige en poreuze structuur van de cacaomassa. De gealkaliseerde cacaomassa bevat ongeveer 55% vet. Deze cacaoboter wordt met hydraulische persen uit de massa verwijderd. Dit gebeurt bij een druk van 400 tot 500 bar en een temperatuur van een kleine 100 °C. Er blijft een droge, keiharde chocoladekoek over, die weliswaar nog 10 tot 24 procent vet bevat. Deze wordt dan vermalen tot cacaopoeder. Het grootste deel van de cacaoboter wordt gebruikt in de productie van chocolade. Cacaopoeder met een laag vetgehalte wordt verwerkt in boterhambeleg en bakkerijproducten. Cacaopoeder met een hoog vetgehalte wordt onder andere gebruikt bij het vervaardigen van chocolademelk en consumptie-ijs.
Bereiding van chocolade
Bestand:Fabricatie van chocolade Weeknummer 46-04 - Open Beelden - 14285.ogv
Bioscoopjournaal uit 1946 over de fabricage van chocolade
Bestand:Zoetwarenbeurs in Utrecht Weeknummer, 80-15 - Open Beelden - 13362.ogv
Machinale productie van chocolade
De chocolade doorloopt een lang traject van fijnwalsen (om de deeltjes in de chocolade zo fijn mogelijk te maken), opwarmen, concheren (een bewerking waarbij de hete chocolade urenlang wordt omgeroerd) en temperen (een zeer langzame temperatuursdaling). Door deze bewerking zorgt de fabrikant ervoor dat het smeltpunt van chocolade iets lager ligt dan de lichaamstemperatuur, waardoor het in de mond smelt en op die manier een meer uitgesproken smaak krijgt.
Mengen
Eerst worden de ingrediënten gemengd: cacaoboter, melkpoeder, melk, cacaomassa, suiker en smaakstoffen zoals vanille. De hoeveelheid van de toegevoegde stoffen hangt af van de soort chocolade die men wil bereiden. Zo wordt voor witte chocolade geen cacaomassa gebruikt en voor donkere (zwarte, pure) chocolade geen melkpoeder. Het mengen zelf gebeurt doorgaans in de melangeur, een cilinder met ruwe wanden waarin twee molenstenen ronddraaien. Het resultaat is een viskeuze chocolademassa.
Walsen / malen (verfijnen)
In de volgende stap wordt de brij door een serie rollers of walsen geleid, waardoor de toekomstige chocolade verfijnd wordt en een betere textuur krijgt. In de praktijk gebeurt dat met een vijfwals, een machine met vijf rollen. Daardoor kunnen agglomeraten ontstaan, die later verwijderd moeten worden. Met een mes wordt de massa van de laatste rol geschraapt en getransporteerd naar een volgende fase in de productie. Andere apparaten die voor het verfijnen gebruikt worden zijn de slagmolen, een trommel met een oneffen binnenvlak waarover messen schrapen, of de kogelmolen, waar stalen kogels in een cilinder in beweging worden gebracht die de massa malen. Na dit proces varieert de grootte van de chocoladedeeltjes van 20 tot 40 µm; dat varieert per producent en per toepassing. Het vetpercentage van de massa is nu ongeveer 25%.
Concheren
Een chocoladereep in gesmolten chocola
Na het walsen is de massa nog te droog en heeft nog niet de juiste smaak. De chocolademassa moet eerst rijpen op een temperatuur van 45 tot 50 °C gedurende 24 uur. Daarna wordt de gerijpte massa gedurende 6 tot 12 uur verwarmd op 80 °C. Een deel van de vluchtige zuren verdwijnt en de vochtigheidsgraad wordt lager. Dat is gunstig voor de houdbaarheid en de viscositeit. De vetverdeling wordt uniform: elk cacaopartikeltje wordt met een laagje vet bedekt. Dat is noodzakelijk om de chocolade met zo weinig mogelijk vet toch de gewenste vloei-eigenschappen te geven. Deze vetfase brengt ook een verhoging van de homogeniteit met zich mee omdat tevens de agglomeraten die tijdens het walsen werden gevormd, verbroken worden.
Dan wordt het restant van de cacaoboter toegevoegd, zodat de chocolademassa beter vloeibaar wordt, en lecithine waardoor de massa homogener wordt en minder viskeus.
Dit proces kon vroeger gemakkelijk 72 uur duren, maar nu is het tot 12 uur of minder gereduceerd. Het concheren bepaalt voor een groot deel de smaak van het eindresultaat: de chocolade. Daarom verzwijgen chocoladefabrikanten hun specifieke concheercondities.
Tempereren
De laatste stap is het 'tempereren' om de massa te laten kristalliseren. De gesmolten chocoladebrij wordt in tien minuten afgekoeld van 50 °C tot 18 °C, waarna de temperatuur weer omhoog gaat tot ongeveer 30 °C. De exacte waarden kunnen naar de samenstelling variëren. Daarna heeft de chocolademassa een vaste homogene structuur met goede smelteigenschappen en een mooie glans.
Afwerking
De chocolade wordt op een temperatuur van 30 tot 32 °C gehouden en in verwarmde vormen gebracht, die worden geschud om de aanwezige lucht te verwijderen waarna ze een koelingproces ondergaan om de uiteindelijke vorm te verkrijgen. Nu kan de kwaliteit van de chocolade gemeten worden, en daarna kan hij verpakt worden.
Tegenwoordig kan het proces van mengen, verfijnen, concheren en harden in één machine uitgevoerd worden, de totaalmachine.
Invloed op mens en dier
Smaak en effecten
Velen vinden chocolade lekker smaken. De prettige ervaring bij het eten van chocolade komt doordat het smeltpunt van de cacaoboter (een belangrijk bestanddeel van chocolade) iets lager ligt dan de lichaamstemperatuur, waardoor het in de mond smelt.
Chocolade is een voedingsmiddel dat beperkte hoeveelheden theobromine, cafeïne en tryptofaan bevat, stoffen die een effect op de hersenen kunnen hebben. Onderzoek naar de populariteit van melkchocolade, pure chocolade, witte chocolade en cacaopoeder wees eerder uit dat melkchocolade het populairste type chocola is. Op basis van de vermeende verslavende werking van cacao zou er echter verwacht moeten worden dat pure chocola het populairst is, omdat zich daarin een hogere concentratie cacao bevindt.[2] Het hoogste werkelijke percentage cacao in een reep chocolade is 88% omdat een hoger percentage de chocolade te droog en broos zou maken (dit is afhankelijk van het productieproces en de eventuele toevoegingen in de chocolade; je kunt dus ook chocolade vinden met hogere cacaogehaltes dan 88%).
Een overzichtsartikel over de invloed van de effecten van chocolade is in mei 2000 gepubliceerd door onderzoekers van de universiteit van Bristol in het wetenschappelijke tijdschrift Pharmacology, Biochemistry and Behaviour.
Invloed op de hersenen
Chocolade is een product dat diverse stoffen bevat die een bewezen effect op de hersenen hebben zoals de neurotransmitters β-fenylethylamine, dopamine, serotonine en endorfine[3], de stoffen cafeïne, theobromine en anandamide, een stof die verwant is aan THC (de werkzame component van cannabis). Vanwege de aanwezigheid van deze stoffen is het populaire misverstand ontstaan dat chocolade een stimulerend effect op de hersenen zou hebben en bovendien verslavend zou zijn. Dit is echter niet het geval, omdat de genoemde stoffen in een dusdanig kleine concentratie voorkomen in chocolade, dat een gemiddeld mens vele tientallen kilo's pure chocolade zou moeten eten om ook maar het geringste effect te ervaren.
Chocolade kan voor honden en paarden echter dodelijk zijn, omdat hun metabolisme theobromine niet kan omzetten. Als honden chocolade eten, blijft de theobromine 20 uur in het bloed circuleren. Het kan epileptische aanvallen, hartinfarcten, interne bloedingen, en ten slotte de dood veroorzaken. Milde verschijnselen zijn: rillen, krampen, verhoogde hartslag, braken en diarree. Als een hond chocolade eet, breng hem dan naar de dierenarts. Het geven van zout om de hond te laten braken is geen goede oplossing omdat de hond kan overlijden ten gevolge van een zoutvergiftiging. Een hond van 10 kilo kan van 12,5 gram pure chocolade al verschijnselen krijgen. Van melkchocolade moet een hond 10 keer zoveel eten om de gevolgen te ervaren.
Gezondheid
De Zutphen Ouderen Studie heeft vanaf 1960 onderzoek gedaan naar de effecten van chocolade op de gezondheid. In 1985 heeft zij haar onderzoek verder uitgebreid. Hieruit zijn twee aparte analyses tevoorschijn gekomen die op 27 februari 2006 zijn gepubliceerd in het Amerikaanse medisch-wetenschappelijke tijdschrift Archives of Internal Medicine.
Het was reeds bekend geworden dat chocolade gunstig uitwerkt op de bloeddruk en de bloedvaten dankzij de antioxidanten (flavonoïden) in cacao. Men ging daarom na of er ook een gunstige uitwerking zou zijn ten aanzien van het overlijden aan hart- en vaatziekten, en dat blijkt inderdaad het geval te zijn. Hiervoor is nodig dat men per dag 4 gram cacao binnenkrijgt. Dit kan worden verkregen door dagelijks 10 gram pure of 13 gram melkchocolade te nuttigen.[bron?] Daar staat tegenover dat chocolade veel verzadigd vet bevat, dat ongezond is.[4] Hoe hoger het cacaogehalte hoe gunstiger de verhouding tussen het gunstige en ongunstige effect van chocolade (bij de genoemde kleine hoeveelheid per dag).
Ook zit er in chocolade een kleine hoeveelheid aan giftige stoffen. Het menselijk lichaam is echter voldoende in staat deze giftige stoffen zonder nadelige gevolgen te verwerken.
Verder kan het eten van melkchocolade gebitbedervend zijn wanneer men onvoldoende de tanden poetst. De chocolade kan zelf niet gaatjes veroorzaken, maar wel verergeren, net zoals bij andere voedingsmiddelen.
Er is ook suikervrije chocolade op de markt. In plaats van suiker wordt dan een andere zoetstof gebruikt.
Het bloeddrukverlagend effect
Bij de consumptie van cacao wordt een bloeddrukverlagend effect waargenomen. Chocolade die cacao bevat kan in geringe mate de bloeddruk verlagen.
Volgens een Amerikaans onderzoek dat werd uitgevoerd 1996 tot 2000 onder 2291 zwangere vrouwen, leidt consumptie van pure chocolade tot een vermindering van het risico op pre-eclampsie. Het aantal vrouwen met relevante symptomen was er omgekeerd evenredig afhankelijk van het niveau van theobromine in het serum.[5][6]
Chocolade als teken van liefde
Als afrodisiacum
Chocolade heeft de reputatie een afrodisiacum te zijn. De Azteken geloofden destijds al in de kracht hiervan. Het waren de Spanjaarden die dit geloof meenamen naar Europa. Er bestaat vermoeden dat de stof fenylethylamine in de chocolade hieraan ten grondslag ligt, daar deze ook door de mens wordt aangemaakt wanneer emotioneel genot wordt ervaren. Mogelijk kan ook de aanwezige cafeïne als stimulatiemiddel hieraan bijdragen.
Het weggeven van chocoladeproducten wordt vaak als geschenk van liefde gezien. Wellicht vanwege smaakassociaties en uiterlijke onweerstaanbaarheid die pralines en andere chocoladegerechten hebben op veel mensen.
Chocoladeproducten en -producenten naar land
België
België is wereldwijd bekend om zijn chocolade en dan in het bijzonder om zijn pralines (in Nederland bonbons genoemd). Voor veel toeristen hoort pralines kopen gewoon bij een bezoek aan België. En dit met reden, want de praline werd in België in 1912 door de bakkers van Neuhaus uitgevonden, en nergens ter wereld vindt men zo'n verscheidenheid aan deze chocoladesnoepjes. Neuhaus is nu nog altijd een bekende maker van pralines en ander snoep van chocolade. Andere bekende Belgische pralines zijn bijvoorbeeld van het merk Leonidas, Daskalidès, Sweertvaegher of Godiva.
Overige Belgische chocoladeproducenten zijn Belcolade, Côte d'Or, Galler, Chocolade Jacques en Chocoladewerken Gudrun, en Bouchard. Verdwenen chocoladeproducenten zijn Aiglon, De Beukelaer, Martougin, Meurisse en Victoria. In België staat tevens de grootste chocoladefabriek ter wereld, meer bepaald de fabriek van Barry Callebaut te Wieze. En de eerste van de 8 Chocolate Academy's verspreid over heel de wereld met vestigingen in Frankrijk, Zwitserland, en de VS.
Naast de hagelslag kent men in Nederland en België ook de chocoladetablet. Dit is een dunne plak chocolade die als broodbeleg dient.
Nederland
Chocolade werd in Nederland bekend omdat het meereisde met hertog Alva. Vervolgens ontstonden in Nederland koffie- en chocoladehuizen. In 1660 hingen in Amsterdam uithangborden met de tekst "Hier schenckt men Seculatie".
Nederlandse producenten van chocolade zijn bijvoorbeeld Baronie, A. Driessen, Droste, Verkade, Rademaker, Union Edel Chocolade, Van Houten, Venz en Tony's Chocolonely. Een niet meer bestaand Nederlands merk is Tjoklat, het Maleise woord voor chocolade. Union Edel Chocolade is opgegaan in Portion Pack Europe, dat alle activiteiten heeft ondergebracht in het Belgische Herentals. Enkele andere bekende Nederlandse cacaomerken waren Bensdorp, later overgenomen door het Belgische Barry Callebaut, Betke, Kwatta, Korff, Blooker, de Jong, Pette en Ringers.
In Nederland zijn ook de Belgische pralines bekend en geliefd alsmede de Belgische chocolade, van merken zoals Côte d'Or.
Zwitserland
1rightarrow blue.svg Zie Zwitserse chocolade voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Ook de Zwitserse chocolade geniet internationale erkenning. Belangrijke Zwitserse producenten en -merken zijn Lindt, Nestlé, Milka en Toblerone.
Rest van de wereld
Bekende producenten van chocolade in de rest van de wereld zijn:
Italië: Ferrero, Baratti e Milano
Verenigd Koninkrijk: Cadbury, Thorntons ...
Verenigde Staten: Hershey's, Ghirardelli, Kraft Foods, Mars Incorporated
Chocoladeproducten
Naast algemene toepassingen in de vorm van chocoladerepen en chocolademelk zijn, bestaan er verschillende andere populaire chocoladeproducten en -snoepgoed:
brownie, een chocoladegebakje
chocoladekruidnoten kruidnoten met een laagje chocolade er omheen, in de smaken wit, melk en puur.
chocoladebolletjes in Bolino-vla, bijvoorbeeld in de smaak banaan
chocoladefiguren, chocoladeproducten in een speciale vorm, zoals een Sinterklaas, een Zwarte Piet of een paashaas. Deze chocoladefiguren zijn vooral te verkrijgen rond feestdagen en andere evenementen.
chocoladeletters, die met Sinterklaas worden gegeven. Vaak geeft men de voorletter van de persoon, of de S van Sint.
chocolademousse
chocolademunten en chocoladesigaretten
chocolademuizen en chocoladekikkers. Dit is eigenlijk gewoon een soort suikergoed met een laagje chocola eromheen. Het zit verpakt in een aluminiumfolie, en wordt ook verkocht rond Sinterklaas.
chocoladepasta, dit is ook een bekend product dat over het algemeen alleen maar chocolade bevat. Chocoladepasta wordt op de boterham gesmeerd. Er zijn verschillende soorten pastas: duo, puur, melkchocolade of biologische pasta.
chocoladepudding
chocoladesaus, dat vaak op verschillende desserts, zoals roomijs en pannenkoeken kan worden gebruikt
chocoladetaart en chocoladecake, taart waarin chocolade in het gebak is verwerkt, of die is gemaakt met chocolademousse.
chocoladetruffels
hagelslag en vlokken als broodbeleg. Hagelslag bevat minder cacaoboter en is daarom vrij goedkoop. Het smelt hierdoor ook minder goed in de mond.
koetjesreep, al is deze officieel niet van chocolade, maar gaat het om een cacaofantasie.
negerzoenen, bestaande uit licht gezoet eiwitschuim op een wafel, afgedekt met chocolade.
paaseitjes, deze eet men rond de paastijd.
rumbonen en SinasSnippers. Dit zijn echte Hollandse zoetwaren die voorzien zijn van een laagje pure chocolade.
In november 2002 ontstond er ophef over de chocoladesigaretten die volgens het Europees Parlement zouden aanzetten tot tabaksverslaving op latere leeftijd en daarom zouden moeten worden verboden.[7] De toenmalige Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot gaf onder andere dit als voorbeeld van wat hij overdreven regelzucht van de Europese Unie noemde en wat hij graag teruggedraaid zou zien. [8]
Controverse
In de cacao-industrie, met name die in West-Afrika, komt ook vandaag de dag nog slavenarbeid voor. Vooral kleine cacaoboeren maken hiervan gebruik om goedkoop te kunnen produceren en zo de concurrentie aan te kunnen gaan met de grotere plantages.[9] Geschat wordt dat minstens 90% van de cacaoboeren in Ivoorkust een vorm van slavenarbeid gebruikt.[10]
Deze slavenarbeid is al jaren een onderwerp van controverse. Een aantal chocoladefabrikanten, waaronder Tony's Chocolonely, heeft zich toegelegd op het produceren van chocolade die vrij is van slavenarbeid.
Consumptie van chocolade
De chocolade-industrie groeit geleidelijk en de consumptiecijfers voor 5 van de 7 continenten bedragen totaal reeds $ 50 miljard per jaar.[11] In Europa wonen veruit de meeste consumenten van chocolade en andere cacaoproducten met 45% van de wereldomzet. Het land waar de meeste chocolade wordt gegeten is Zwitserland met 11,4 kg per persoon per jaar. Daarna volgen Groot-Brittannië met 9,5 en België met 8,7 kilogram. Andere landen met veel chocoladeconsumptie zijn Duitsland, Ierland, Denemarken, Noorwegen, Oostenrijk en Polen. De Verenigde Staten vervolledigen dit lijstje met ongeveer 5,4 kilogram per persoon per jaar.[bron?]
Chocolade in de hedendaagse cultuur
Chocolade in boeken, film en muziek
Chocolat is een roman uit 1999 van Joanne Harris over een jonge weduwe die in een katholiek Frans dorpje een chocoladewinkel begint, waarmee ze vreugde brengt in ieders leven. Het boek werd in 2000 verfilmd met Juliette Binoche en Johnny Depp in de hoofdrollen.
Sjakie en de chocoladefabriek ('Charlie and the Chocolate Factory') is een kinderboek van Roald Dahl. Het werd in 1971 verfilmd als Willy Wonka & the Chocolate Factory, onder regie van Mell Stuart, met in de hoofdrollen Gene Wilder en Peter Ostrum.
Ook regisseur Tim Burton verfilmde het verhaal van Roald Dahl. De film genaamd Charlie and the Chocolate Factory ging op 15 juli 2005 in première met Johnny Depp als Willy Wonka.
Hot Chocolate is de naam van een Britse discoband die in de jaren zestig en zeventig furore maakte.
In de Harry Potter-boeken komt chocolade meerdere keren voor als medicijn tegen de effecten die Dementors hebben op de mensen om hen heen.
In de animatieserie South Park maakt de schoolkok Chef chocoladeballen, Chef's Chocolate Salty Balls.
Como agua para chocolate is een film naar het gelijknamige boek van Laura Esquivel. Hoofdfiguur Tita is verliefd op Pedro. Ze kan echter niet met hem trouwen, omdat haar moeder vindt dat de jongste dochter tradiegetrouw voor de moeder moet zorgen. Zij kan haar liefde aan hem alleen verklaren door haar kookkunst: als men van haar gerechten eet ondergaat men haar gevoelens.
Chocolade in de taal
Bekend is de zegswijze: daar kan ik geen chocola van maken. Dit betekent zoveel als 'dit is zo onsamenhangend, onbegrijpelijk of raar dat ik er niets mee kan doen'.
Festivals
In de Italiaanse stad Perugia (Umbrië) wordt sinds 1993 jaarlijks het chocoladefestival Eurochocolate gehouden.
Sinds 2002 vindt er in Zutphen ieder jaar op de derde zondag van september een chocoladefestival plaats in de binnenstad. Ook in Hattem is tweejaarlijks een chocoladefestival.
In Brugge vindt sinds 2006 het chocoladefestival Choco-Laté plaats.
Musea
Barcelona - Xocolat museum
Biarritz - Musée du Chocolat, onderdeel van de plaatselijke chocoladefabriek Henriet. Bijzonder zijn de chocoladesculpturen van chocolademaker Serge Couzigou.
Brugge - In Brugge bevindt zich het chocolademuseum Choco-Story, gevestigd in een oude wijntaverne uit circa 1480.
Brussel - In Brussel is het Museum van Cacao en Chocolade gevestigd.
Erezée - Te Briscol in Erezée bevindt zich het chocolademuseum van Chocolaterie Defroidmont.
Eupen - Te Eupen bevindt zich "Chocoladeland", opgericht in 1994 door de plaatselijke chocoladefabriek Jacques. Het is een tentoonstelling over cacao, en chocolade met demonstraties van de werkwijze, en promotie voor de producten van de fabriek.
Keulen - In Keulen is in 1993 een chocolademuseum geopend. Het trekt circa 500.000 bezoekers per jaar.
Lugano - In Lugano is het chocolademuseum gevestigd van de Zwitserse chocoladefabriek Alprose.
Wenen - In Wenen is het Erstes Wiener Schokolade-Museum gevestigd, opgericht door de firma Heindl.
Halle/Saale - In Halle, bij Leipzig, in de vroegere DDR, is een leerrijk museum gevestigd in de fabriek van Halloren. Vooral het contrast tussen de chocoladeproducten uit het Westen en het toenmalige Oost-Duitsland worden duidelijk voorgesteld.
Chocolade en wijn
Chocola liet zich in de klassieke gastronomie niet gemakkelijk door wijn begeleiden. Uitzonderingen hierop waren bijvoorbeeld Banyuls en ijswijn. Het waren vooral de bitters vanuit de cacaoboon die niet goed samengingen met vooral drogere wijn. Chocolade is doorgaans ook nog eens gezoet, waardoor zij qua smaakbeleving sterker gaat contrasteren met wijn. De Ghanese cacaoboon bevat minder van deze bitters. Vooral chocolade hiervan geproduceerd, zou nu ook met andere wijntypen gecombineerd kunnen worden.[12]
Verslechterende omstandigheden
Door de recente ontwikkelingen in de economie en de toenemende vraag naar cacao in combinatie met de verslechterende milieu-omstandigheden, wordt het steeds lastiger om aan chocolade te komen. Hierdoor zal de prijs in de nabije toekomst flink gaan stijgen en kan het mogelijk weer een luxe artikel gaan worden, daar het in het verleden ook een luxe artikel was. [13
Life is short. Eat dessert first.