Er was eens een meisje
woensdag 20 juni 2012 om 01:00
een klein, tenger ding, een gewoon meisje met gewone meisjesdingen. Ze werd op school gepest, omdat ze klein was. Later werd dat meisje gepest omdat haar grote broer zo maar ineens dood ging hetgeen in dat stadje waar nooit wat gebeurde toch wel heel interessant was. Dat zelfde meisje werd, net als haar ouders nagewezen: kijk, dat zijn die mensen van die dode jongen. Dat meisje was toch ineens interessant. Afijn, dat gedoe zwakte af. Maar dat zelfde meisje haar moeder was nogal labiel en het kind moest heel vaak bij de buren een ladder lenen om na school het huis in te kunnen omdat moeder liever dronk dan voor meisje en haar pap te zorgen en er voor elkaar te zijn.
Zo modderde dat jarenlang door.
Het meisje werd volwassen, leerde de liefde van haar leven kennen. Eind goed na een moeilijke jeugd, al goed, zou je denken.
Viel een beetje tegen, een heksenschoonmoeder, haar eigen moeder ook, maakten het leven van de inmiddels jonge vrouw zacht gezegd niet al te makkelijk. Ze werkte, was er altijd voor iedereen maar bleef onzeker wat zeker de beide moeders nogal benadrukten. Na vele jaren zo doortobben ging het echt mis en moest die jonge vrouw haar baan opgeven om voor haar zieke vader te zorgen nadat haar moeder er niet meer was. Die moeder heeft zij nooit gemist, immers wás er eigenlijk nooit een moeder.
Maar haar vader was er wél, en die had haar bitter nodig. Dat was geen probleem want ze was dól op haar vader en dat vader haar soms niet eens meer kende en haar soms verwarde met één van de lieve meiden van de thuiszorg was niet zo erg. Ondertussen werd de schoonmoeder ook geconfronteerd met narigheid, schoonpa werd erg ziek. De jonge (inmiddels iets minder jonge) vrouw, die inmiddels haar baan had opgegeven om voor haar vader te zorgen sjouwde gewillig met schoonma en schoonpa, tussen het zorgen voor haar dementerende paps naar ziekenhuizen, haalde ze alledrie elke week naar huis om lekker uitgebreid samen te eten waarna de lieve man van de vrouw het hele spul weer naar huis bracht. Ook dat kabbelde zo een poosje door.
Schoonpa overleed wat de vrouw zeer deed want het was een lieve man waar ze veel mee gelachen had. Dus schoonma bleef over, met haar makken en de vader van de vrouw werd steeds zakker en zieker. Elke dag, 365 dagen per jaar was ze er, haar man net zo hard, na zijn drukke baan. Tobben, zorgen en verzorgen, ze deden het graag maar het was zwaar.
Ineens was schoonma er niet meer, zomaar ineens. De man van de vrouw vond haar, ze was zomaar ineens stiekum doodgegaan, alleen. De man en vrouw waren ontzettend verdrietig. Maar ze vonden dagboeken van schoonma waarin geen spaan heelgelaten werd van de vrouw én van de man, haar eigen zoon.
Ondertussen was de pappa van de vrouw nog ernstiger ziek en moesten ze hem helaas op zekere dag laten gaan. Een zegen voor hem want hij had al jaren eerder het vader zijn voor zijn dochter oeten veranderen in het "kind" zijn van zijn dochter. Maar de vrouw was erg verdrietig, één van de mannen in haar leven die echt van haar hielden was er niet mee, haar paps. De andere man in haar leven, haar rots in de branding hield ook van haar paps.
En toen was er niets meer , leegte, gedeeltelijk rust want er was immers niemand meer om intensief voor te zorgen. De ouderlijke huizen werden verkocht, het zakelijke werd afgehandeld en de vrouw en haar man konden verder, zonder zorgen maar wél maar samen alleen.
Na 3 jaar zijn ze nog samen en gelukkig maar wel allebei een beetje alleen. Want die woorden in dat dagboek, het moeten loslaten van een pap waar met zo veel liefde jaren lang voor gezorgd is, en waar dat meisje, later die vrouw zo van hield, van die man die haar vader was de verloren jaren, de duidelijke tegenzin van de moeder voor dat meisje die later vrouw werd , het missen van die schoonvader die zo'n leuke man was als schoonmoeder hem niet in háár gareel hield. En toch, dat lege, het alleen zijn, samen... De pijn van de afwijzing door haar eigen moeder, de afwijzing door de schoonmoeder, het zeer van de harde woorden, de pijn van alle zorgen met zo ontzettend veel narigheid welke het meisje, nu de vrouw bij zich blijft dragen omdat het zo erg en zo veel was.
De vrouw en haar man hebben geen kinderen, dat hadden ze wel gewild maar ze kwamen niet. Dus staan de vrouw en haar man er alleen voor, wel samen alleen en ook echt sámen.
De rust keert terug en ze gaan het redden, sámen, Met elk zijn verdriet maar ook met gezamelijk verdriet en zeker een hoop vreugde want ze zijn nog steeds samen.
Die vrouw ben ik en dat meisje was ik ooit.
Zo modderde dat jarenlang door.
Het meisje werd volwassen, leerde de liefde van haar leven kennen. Eind goed na een moeilijke jeugd, al goed, zou je denken.
Viel een beetje tegen, een heksenschoonmoeder, haar eigen moeder ook, maakten het leven van de inmiddels jonge vrouw zacht gezegd niet al te makkelijk. Ze werkte, was er altijd voor iedereen maar bleef onzeker wat zeker de beide moeders nogal benadrukten. Na vele jaren zo doortobben ging het echt mis en moest die jonge vrouw haar baan opgeven om voor haar zieke vader te zorgen nadat haar moeder er niet meer was. Die moeder heeft zij nooit gemist, immers wás er eigenlijk nooit een moeder.
Maar haar vader was er wél, en die had haar bitter nodig. Dat was geen probleem want ze was dól op haar vader en dat vader haar soms niet eens meer kende en haar soms verwarde met één van de lieve meiden van de thuiszorg was niet zo erg. Ondertussen werd de schoonmoeder ook geconfronteerd met narigheid, schoonpa werd erg ziek. De jonge (inmiddels iets minder jonge) vrouw, die inmiddels haar baan had opgegeven om voor haar vader te zorgen sjouwde gewillig met schoonma en schoonpa, tussen het zorgen voor haar dementerende paps naar ziekenhuizen, haalde ze alledrie elke week naar huis om lekker uitgebreid samen te eten waarna de lieve man van de vrouw het hele spul weer naar huis bracht. Ook dat kabbelde zo een poosje door.
Schoonpa overleed wat de vrouw zeer deed want het was een lieve man waar ze veel mee gelachen had. Dus schoonma bleef over, met haar makken en de vader van de vrouw werd steeds zakker en zieker. Elke dag, 365 dagen per jaar was ze er, haar man net zo hard, na zijn drukke baan. Tobben, zorgen en verzorgen, ze deden het graag maar het was zwaar.
Ineens was schoonma er niet meer, zomaar ineens. De man van de vrouw vond haar, ze was zomaar ineens stiekum doodgegaan, alleen. De man en vrouw waren ontzettend verdrietig. Maar ze vonden dagboeken van schoonma waarin geen spaan heelgelaten werd van de vrouw én van de man, haar eigen zoon.
Ondertussen was de pappa van de vrouw nog ernstiger ziek en moesten ze hem helaas op zekere dag laten gaan. Een zegen voor hem want hij had al jaren eerder het vader zijn voor zijn dochter oeten veranderen in het "kind" zijn van zijn dochter. Maar de vrouw was erg verdrietig, één van de mannen in haar leven die echt van haar hielden was er niet mee, haar paps. De andere man in haar leven, haar rots in de branding hield ook van haar paps.
En toen was er niets meer , leegte, gedeeltelijk rust want er was immers niemand meer om intensief voor te zorgen. De ouderlijke huizen werden verkocht, het zakelijke werd afgehandeld en de vrouw en haar man konden verder, zonder zorgen maar wél maar samen alleen.
Na 3 jaar zijn ze nog samen en gelukkig maar wel allebei een beetje alleen. Want die woorden in dat dagboek, het moeten loslaten van een pap waar met zo veel liefde jaren lang voor gezorgd is, en waar dat meisje, later die vrouw zo van hield, van die man die haar vader was de verloren jaren, de duidelijke tegenzin van de moeder voor dat meisje die later vrouw werd , het missen van die schoonvader die zo'n leuke man was als schoonmoeder hem niet in háár gareel hield. En toch, dat lege, het alleen zijn, samen... De pijn van de afwijzing door haar eigen moeder, de afwijzing door de schoonmoeder, het zeer van de harde woorden, de pijn van alle zorgen met zo ontzettend veel narigheid welke het meisje, nu de vrouw bij zich blijft dragen omdat het zo erg en zo veel was.
De vrouw en haar man hebben geen kinderen, dat hadden ze wel gewild maar ze kwamen niet. Dus staan de vrouw en haar man er alleen voor, wel samen alleen en ook echt sámen.
De rust keert terug en ze gaan het redden, sámen, Met elk zijn verdriet maar ook met gezamelijk verdriet en zeker een hoop vreugde want ze zijn nog steeds samen.
Die vrouw ben ik en dat meisje was ik ooit.
donderdag 21 juni 2012 om 00:01
donderdag 21 juni 2012 om 20:32
donderdag 21 juni 2012 om 21:40
Geeft niks hoor, ieder mag zijn mening geven.
Maar zal toch proberen antwoord te geven:
Waarom zo geschreven?
Geen opzet en niet bewust zo gedaan, het rolde er gewoon zo uit (zat er heel even doorheen).
Wellicht klinkt het nogal zwaar maar kan zelf eigenlijk maar één verklaring bedenken waaróm het er zo uitkwam: simpel omdat ik dat meisje noch die vrouw meer ben, ik ben (eindelijk) nu gewoon nog maar ik .
(en of dát nou zo'n verbetering is... )
Maar dank jullie voor de support (en ook kritiek want ook die hoort bij het leven).
Maar jullie zijn lief, thanks meiden, jullie sleurden me echt even door die depri-bui heen .
(en als ik ook maar één iemand die zich herkent in het verhaal en nog midden in de sores zit een hart onder de riem heb kunnen steken dat het ooit weer goed komt zou dat fijn zijn, heeft het topic tenminste nog positief nut gehad.)
Maar zal toch proberen antwoord te geven:
Waarom zo geschreven?
Geen opzet en niet bewust zo gedaan, het rolde er gewoon zo uit (zat er heel even doorheen).
Wellicht klinkt het nogal zwaar maar kan zelf eigenlijk maar één verklaring bedenken waaróm het er zo uitkwam: simpel omdat ik dat meisje noch die vrouw meer ben, ik ben (eindelijk) nu gewoon nog maar ik .
(en of dát nou zo'n verbetering is... )
Maar dank jullie voor de support (en ook kritiek want ook die hoort bij het leven).
Maar jullie zijn lief, thanks meiden, jullie sleurden me echt even door die depri-bui heen .
(en als ik ook maar één iemand die zich herkent in het verhaal en nog midden in de sores zit een hart onder de riem heb kunnen steken dat het ooit weer goed komt zou dat fijn zijn, heeft het topic tenminste nog positief nut gehad.)