T-huis
woensdag 4 augustus 2010 om 20:53
woensdag 4 augustus 2010 om 21:05
Star hep de koelkast gewonne!
Lichamelijk onderzoek
De huisarts verricht onderzoek van keel, neus en oren en let daarbij op:
trommelvlies: kleur (rozerood, helder of dof), positie (ingetrokken, normaal, bomberend), doorschijnendheid en lichtreflectie;13)
eventuele (zeldzame) aanwezigheid van een vloeistofspiegel of luchtbel(len) achter het trommelvlies.
Stemvorkproeven, in het bijzonder de proef van Rinne, dragen theoretisch bij aan het onderscheid tussen geleidings- en perceptieslechthorendheid, maar zijn bij jonge kinderen – bij wie otitis media met effusie het meest voorkomt – moeilijk uitvoerbaar en daarom niet betrouwbaar (zie ook NHG-Standaard Slechthorendheid).
Aanvullend onderzoek
Pneumatische otoscopie is na enige oefening een zeer betrouwbaar diagnosticum, dat de huisarts ook bij de follow-up van een patiënt met otitis media met effusie kan gebruiken. Dit geldt ook voor tympanometrie in de eigen praktijk of in een diagnostisch centrum, maar hiervan is de voorspellende waarde lager.14) De huisarts die geen pneumatische otoscopie of tympanometrie kan (laten) uitvoeren, kan om zekerheid te krijgen over de diagnose het kind voor een diagnostisch consult naar een KNO-arts verwijzen. Tijdens dit consult kan ook de mate van gehoorverlies worden geobjectiveerd. Gehooronderzoek in de huisartsenpraktijk bij kinderen jonger dan 6 jaar in de vorm van de fluisterspraaktest of audiometrie is weinig betrouwbaar, draagt weinig bij aan de diagnostiek en wordt niet aanbevolen.15)
Lichamelijk onderzoek
De huisarts verricht onderzoek van keel, neus en oren en let daarbij op:
trommelvlies: kleur (rozerood, helder of dof), positie (ingetrokken, normaal, bomberend), doorschijnendheid en lichtreflectie;13)
eventuele (zeldzame) aanwezigheid van een vloeistofspiegel of luchtbel(len) achter het trommelvlies.
Stemvorkproeven, in het bijzonder de proef van Rinne, dragen theoretisch bij aan het onderscheid tussen geleidings- en perceptieslechthorendheid, maar zijn bij jonge kinderen – bij wie otitis media met effusie het meest voorkomt – moeilijk uitvoerbaar en daarom niet betrouwbaar (zie ook NHG-Standaard Slechthorendheid).
Aanvullend onderzoek
Pneumatische otoscopie is na enige oefening een zeer betrouwbaar diagnosticum, dat de huisarts ook bij de follow-up van een patiënt met otitis media met effusie kan gebruiken. Dit geldt ook voor tympanometrie in de eigen praktijk of in een diagnostisch centrum, maar hiervan is de voorspellende waarde lager.14) De huisarts die geen pneumatische otoscopie of tympanometrie kan (laten) uitvoeren, kan om zekerheid te krijgen over de diagnose het kind voor een diagnostisch consult naar een KNO-arts verwijzen. Tijdens dit consult kan ook de mate van gehoorverlies worden geobjectiveerd. Gehooronderzoek in de huisartsenpraktijk bij kinderen jonger dan 6 jaar in de vorm van de fluisterspraaktest of audiometrie is weinig betrouwbaar, draagt weinig bij aan de diagnostiek en wordt niet aanbevolen.15)
Als je loslaat, heb je twee handen vrij.