Penis floept eruit
zondag 15 juni 2014 om 21:31
quote:Yaszmin schreef op 15 juni 2014 @ 21:28:
Tijdens de seks floept zijn penis er telkens uit. Waar zou dit aan kunnen liggen en hoe is dit te voorkomen? Ik vind het namelijk best vervelend. Ligt het aan de vagina van de vrouw?Huh?
Tijdens de seks floept zijn penis er telkens uit. Waar zou dit aan kunnen liggen en hoe is dit te voorkomen? Ik vind het namelijk best vervelend. Ligt het aan de vagina van de vrouw?Huh?
“I've learned that people will forget what you said, people will forget what you did, but people will never forget how you made them feel.” Maya Angelou.
zondag 15 juni 2014 om 21:33
zondag 15 juni 2014 om 21:36
Floepen... mooi woord!
Voltooid deelwoord
gefloept
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik floep
jij floept
hij floept
wij floepen
jullie floepen
zij floepen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb gefloept
jij hebt gefloept
hij heeft gefloept
wij hebben gefloept
jullie hebben gefloept
zij hebben gefloept
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik floepte
jij floepte
hij floepte
wij floepten
jullie floepten
zij floepten
Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had gefloept
jij had gefloept
hij had gefloept
wij hadden gefloept
jullie hadden gefloept
zij hadden gefloept
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal floepen
jij zult floepen
hij zal floepen
wij zullen floepen
jullie zullen floepen
zij zullen floepen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal gefloept hebben
jij zult gefloept hebben
hij zal gefloept hebben
wij zullen gefloept hebben
jullie zullen gefloept hebben
zij zullen gefloept hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou floepen
jij zou floepen
hij zou floepen
wij zouden floepen
jullie zouden floepen
zij zouden floepen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou gefloept hebben
jij zou gefloept hebben
hij zou gefloept hebben
wij zouden gefloept hebben
jullie zouden gefloept hebben
zij zouden gefloept hebben
Gebiedende wijs
floep
Voltooid deelwoord
gefloept
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
ik floep
jij floept
hij floept
wij floepen
jullie floepen
zij floepen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
ik heb gefloept
jij hebt gefloept
hij heeft gefloept
wij hebben gefloept
jullie hebben gefloept
zij hebben gefloept
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
ik floepte
jij floepte
hij floepte
wij floepten
jullie floepten
zij floepten
Voltooid verleden tijd (vvt)
ik had gefloept
jij had gefloept
hij had gefloept
wij hadden gefloept
jullie hadden gefloept
zij hadden gefloept
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
ik zal floepen
jij zult floepen
hij zal floepen
wij zullen floepen
jullie zullen floepen
zij zullen floepen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
ik zal gefloept hebben
jij zult gefloept hebben
hij zal gefloept hebben
wij zullen gefloept hebben
jullie zullen gefloept hebben
zij zullen gefloept hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
ik zou floepen
jij zou floepen
hij zou floepen
wij zouden floepen
jullie zouden floepen
zij zouden floepen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
ik zou gefloept hebben
jij zou gefloept hebben
hij zou gefloept hebben
wij zouden gefloept hebben
jullie zouden gefloept hebben
zij zouden gefloept hebben
Gebiedende wijs
floep
zondag 15 juni 2014 om 21:39
zondag 15 juni 2014 om 21:47