Mijn man heeft kanker (2)
zaterdag 15 september 2007 om 11:02
Welkom op deze nieuwe dag, Mims. Klote dat op dit moment zoveel negatieve herinneringen en emoties aan het nieuwe huis vastzitten. Er komt een dag dat diezelfde herinneringen troost kunnen bieden, maar nu zijn ze ronduit, nou ja, gebruik maar een hoop lelijke woorden. Hopelijk heeft het zo onbedaarlijk huilen iets kunnen opluchten in je hart. Heb je nu even meer adempauze en ruimte. En zo niet; wees niet beschroomd om naar mensen uit te reiken en te zeggen "ik kan dit niet, ik kan niet meer". Ze zullen je opvangen. Ook al kunnen ze jouw pijn niet wegnemen, op zijn minst zullen ze alles in hun macht doen om jouw donkerste momenten iets minder zwart te maken. Ik duim dat deze zaterdag je iets makkelijker mag vallen dan de dag van gister.
vandaag ga ik van alles kunnen
zondag 16 september 2007 om 13:10
Goedemiddag Mims. Of is het een middag en laat dat "goede" vooral varen? (oeps, tikte net goedemorgen, hoezo jetlag? ).
Vandaag is het zondag, de rustdag. Een dag waarop het overal rustiger is in dit land. Soms prettig, maar ik kan me voorstellen dat rust je met de neus op alle pijn drukt en dat wel het laatste is wat je wilt. Hier schijnt een voorzichtig zonnetje, ook door een boom precies voor het raam. Bij jullie vandaag ook?
Vandaag is het zondag, de rustdag. Een dag waarop het overal rustiger is in dit land. Soms prettig, maar ik kan me voorstellen dat rust je met de neus op alle pijn drukt en dat wel het laatste is wat je wilt. Hier schijnt een voorzichtig zonnetje, ook door een boom precies voor het raam. Bij jullie vandaag ook?
vandaag ga ik van alles kunnen
zondag 16 september 2007 om 23:14
Vandaag zit er ook weer op.
Ik ben met Bloesem () en Mopsey naar het strand geweest. De wind door de kop. Dat kon prachtig met deze fikse bries.
Het was ook fijn, alleen was ik even vergeten dat de vorige keer dat ik op het strand was, dit strand wel te verstaan, met Hero was. Dat ik langs onze stamkroeg zou komen. Dat ik over een weg reed die ik zo vaak met hem naast me had afgelegd. En natuurlijk is Bloes ook een supermens om naast je te hebben zitten, het is toch net effe anders.....
Hero hield zo van het strand. Hij genoot met volle teugen. Van de wind, van de zee, van de lucht, van Mopsey en van mij. Met zijn gedeeltelijke dwarslaesie wist hij op goede dagen nog hele wandelingen door het zand te maken. Dan was ik zó trots op hem, mijn kerel.
Nu liep ik daar terwijl hij er niet meer was. En ik heb genoten van het gezelschap. Mopsey-op-kaplaarzen-maat-21 die het uitschaterde en met zand en schelpjes in de weer was, en Bloes die haar eigen lieve ik was.
Terug in de auto kon ik dan ook niet wachten om aan Hero te vertellen hoeveel goed het had gedaan. Hem mee te laten genieten. Hem te laten stralen en blij te maken. Mijn strandman te knuffelen.
~KLABAM~
Dat kan dus niet. Dat besef kwam keihard binnen. Ik kan het hem niet vertellen. Hij weet niet dat ik op het strand was, en zal het nooit meer weten ook.
En zelfs als hij het wel weet....als hij erbij is, als kracht, als entiteit, als gids of plaaggeest, dan biedt dat mij nu geen troost. Ik kan het hem evengoed niet vertellen. Ik kan niets meer met hem delen. Ook niet als hij op mijn schouder meeleeft. Hij is er niet. Niet in de vorm die ik zo liefhad. Niet in de vorm die naar me lacht, met me lacht, me knuffelt en bemindt. Mij bevestigt in mijn zijn. Met een geest kun je niet samenleven. Die Hero is weg. Weg. Voor altijd. Krijg ik nooit meer terug, hoe graag ik het ook zou willen. Verleden tijd. Onvoltooid verleden tijd....
Ik ben weggevlucht. Ben bij mijn ouders gaan eten. En ben nu weer thuis. Mopsey ligt vredig te slapen (ondanks dat haar hartje pijn doet, zoals ze zelf zegt) en ik ben boos. Boos. Omdat hij weg is. Hij mag dan wel in mijn hart zitten, maar daar heb ik eigenlijk dus helemaal niets aan nu. Ik wil hem niet in mijn hart, ik wil hem in mijn armen!
En ik ben woest omdat dit niet kan, en woest omdat mijn geloof me in de steek laat. Woest op hem, woest op mijzelf, woest op het leven, en woest op het lot. Screw all. Ik wil gewoon mijn Lief terug. En die onmogelijkheid, die maakt me het woest van alles!
Ik ben met Bloesem () en Mopsey naar het strand geweest. De wind door de kop. Dat kon prachtig met deze fikse bries.
Het was ook fijn, alleen was ik even vergeten dat de vorige keer dat ik op het strand was, dit strand wel te verstaan, met Hero was. Dat ik langs onze stamkroeg zou komen. Dat ik over een weg reed die ik zo vaak met hem naast me had afgelegd. En natuurlijk is Bloes ook een supermens om naast je te hebben zitten, het is toch net effe anders.....
Hero hield zo van het strand. Hij genoot met volle teugen. Van de wind, van de zee, van de lucht, van Mopsey en van mij. Met zijn gedeeltelijke dwarslaesie wist hij op goede dagen nog hele wandelingen door het zand te maken. Dan was ik zó trots op hem, mijn kerel.
Nu liep ik daar terwijl hij er niet meer was. En ik heb genoten van het gezelschap. Mopsey-op-kaplaarzen-maat-21 die het uitschaterde en met zand en schelpjes in de weer was, en Bloes die haar eigen lieve ik was.
Terug in de auto kon ik dan ook niet wachten om aan Hero te vertellen hoeveel goed het had gedaan. Hem mee te laten genieten. Hem te laten stralen en blij te maken. Mijn strandman te knuffelen.
~KLABAM~
Dat kan dus niet. Dat besef kwam keihard binnen. Ik kan het hem niet vertellen. Hij weet niet dat ik op het strand was, en zal het nooit meer weten ook.
En zelfs als hij het wel weet....als hij erbij is, als kracht, als entiteit, als gids of plaaggeest, dan biedt dat mij nu geen troost. Ik kan het hem evengoed niet vertellen. Ik kan niets meer met hem delen. Ook niet als hij op mijn schouder meeleeft. Hij is er niet. Niet in de vorm die ik zo liefhad. Niet in de vorm die naar me lacht, met me lacht, me knuffelt en bemindt. Mij bevestigt in mijn zijn. Met een geest kun je niet samenleven. Die Hero is weg. Weg. Voor altijd. Krijg ik nooit meer terug, hoe graag ik het ook zou willen. Verleden tijd. Onvoltooid verleden tijd....
Ik ben weggevlucht. Ben bij mijn ouders gaan eten. En ben nu weer thuis. Mopsey ligt vredig te slapen (ondanks dat haar hartje pijn doet, zoals ze zelf zegt) en ik ben boos. Boos. Omdat hij weg is. Hij mag dan wel in mijn hart zitten, maar daar heb ik eigenlijk dus helemaal niets aan nu. Ik wil hem niet in mijn hart, ik wil hem in mijn armen!
En ik ben woest omdat dit niet kan, en woest omdat mijn geloof me in de steek laat. Woest op hem, woest op mijzelf, woest op het leven, en woest op het lot. Screw all. Ik wil gewoon mijn Lief terug. En die onmogelijkheid, die maakt me het woest van alles!
Wat wilde ik nou toch typen?