Syllogismen
vrijdag 24 augustus 2012 om 19:16
Voor een assessment moet ik een intelligentietest maken met syllogismen (zie mijn andere topic), die ik oefen op internet. En ik snap het niet. Ik vind het heel erg, maar het gáát gewoon niet, ik blijf fouten maken en betreffende sites leggen niet uit waar ik de fout in ga.
Net een vriend (HBO'er, net als ik) op bezoek gehad: samen weten we het ook niet. Oproep op FB geplaatst of iemand me kan helpen: tot nu toe geen nuttig resultaat. Mijn vader gebeld: die had al zitten goochelen naar aanleiding van FB en kwam er ook niet uit.
Deze site geeft een goede uitleg, inclusief uitleg over Venn diagrammen, maar het mag niet baten. Ik zoek dus eigenlijk iemand die naast mij op de bank kan komen zitten en elke vraag precies met me doorneemt totdat het kwartje valt. Maar héél misschien kan iemand me hier uitleggen waar ik de mist in ga?
Net een vriend (HBO'er, net als ik) op bezoek gehad: samen weten we het ook niet. Oproep op FB geplaatst of iemand me kan helpen: tot nu toe geen nuttig resultaat. Mijn vader gebeld: die had al zitten goochelen naar aanleiding van FB en kwam er ook niet uit.
Deze site geeft een goede uitleg, inclusief uitleg over Venn diagrammen, maar het mag niet baten. Ik zoek dus eigenlijk iemand die naast mij op de bank kan komen zitten en elke vraag precies met me doorneemt totdat het kwartje valt. Maar héél misschien kan iemand me hier uitleggen waar ik de mist in ga?
vrijdag 24 augustus 2012 om 20:18
quote:frizzy schreef op 24 augustus 2012 @ 20:12:
[...]
Astrape! JIJ begreep het niet?!
Eh ja, is dat zo gek? Het duurde even voor het kwartje viel. Maar als het eenmaal is gevallen, dan vergeet je 't ook niet meer. Volgens mij was m'n probleem dat ik er teveel over nadacht, dat ik er dingen bij bedacht die "misschien ook zouden kunnen".
Door dit topic realiseer ik me trouwens wel dat ik dat boek dat ik noemde al maanden geleden aan iemand heb uitgeleend, maar niet meer weet aan wie.
[...]
Astrape! JIJ begreep het niet?!
Eh ja, is dat zo gek? Het duurde even voor het kwartje viel. Maar als het eenmaal is gevallen, dan vergeet je 't ook niet meer. Volgens mij was m'n probleem dat ik er teveel over nadacht, dat ik er dingen bij bedacht die "misschien ook zouden kunnen".
Door dit topic realiseer ik me trouwens wel dat ik dat boek dat ik noemde al maanden geleden aan iemand heb uitgeleend, maar niet meer weet aan wie.
vrijdag 24 augustus 2012 om 20:22
quote:astrape schreef op 24 augustus 2012 @ 20:18:
[...]
Eh ja, is dat zo gek? Het duurde even voor het kwartje viel. Maar als het eenmaal is gevallen, dan vergeet je 't ook niet meer. Volgens mij was m'n probleem dat ik er teveel over nadacht, dat ik er dingen bij bedacht die "misschien ook zouden kunnen".
Door dit topic realiseer ik me trouwens wel dat ik dat topic dat ik noemde al maanden geleden aan iemand heb uitgeleend, maar niet meer weet aan wie.
Ik wacht dus ook op dat kwartje!
Eerst maar eindelijk eens eten en dan kijk ik later weer verder.
[...]
Eh ja, is dat zo gek? Het duurde even voor het kwartje viel. Maar als het eenmaal is gevallen, dan vergeet je 't ook niet meer. Volgens mij was m'n probleem dat ik er teveel over nadacht, dat ik er dingen bij bedacht die "misschien ook zouden kunnen".
Door dit topic realiseer ik me trouwens wel dat ik dat topic dat ik noemde al maanden geleden aan iemand heb uitgeleend, maar niet meer weet aan wie.
Ik wacht dus ook op dat kwartje!
Eerst maar eindelijk eens eten en dan kijk ik later weer verder.
vrijdag 24 augustus 2012 om 20:28
quote:frizzy schreef op 24 augustus 2012 @ 20:13:
[...]
Ik begrijp de helft.
Bij een stelling als 'tenten zijn gebouwen' en 'sommige scholen zijn tenten' kan jouw brein gaan protesteren door kennis die je al hebt: 'wacht eens even, een tent kan je verplaatsen en is kwetsbaar dus dat is geen gebouw!' of 'maar een tent in een school, dat slaat nergens op!' Dit vertroebelt je visie op de stelling.
Als je de onderdelen vervangt voor letters (scholen = A, gebouwen = B, tenten = C), krijg je:
1. (alle scholen zijn gebouwen) -> A = B
2. (sommige scholen zijn tenten) -> een deel van A = C
Stelling: (geen gebouwen zijn tenten) -> Geen B = C
Onjuist, want A en B zijn hetzelfde en zoals je ziet bij 2 kan een deel van A (en dus een deel van B, want A =
wel C zijn.
In een diagram: een grote cirkel is gebouwen. Daarin een kleinere cirkel, scholen. Alle scholen zijn immers gebouwen. Sommige scholen zijn tenten, dus een deel van de kleine cirkel is tent. Dit valt nog steeds binnen de grote gebouwencrikel, wat betekent dat sommige tenten gebouwen zijn. Dus de stelling 'geen gebouwen zijn tenten' is onjuist.
[...]
Ik begrijp de helft.
Bij een stelling als 'tenten zijn gebouwen' en 'sommige scholen zijn tenten' kan jouw brein gaan protesteren door kennis die je al hebt: 'wacht eens even, een tent kan je verplaatsen en is kwetsbaar dus dat is geen gebouw!' of 'maar een tent in een school, dat slaat nergens op!' Dit vertroebelt je visie op de stelling.
Als je de onderdelen vervangt voor letters (scholen = A, gebouwen = B, tenten = C), krijg je:
1. (alle scholen zijn gebouwen) -> A = B
2. (sommige scholen zijn tenten) -> een deel van A = C
Stelling: (geen gebouwen zijn tenten) -> Geen B = C
Onjuist, want A en B zijn hetzelfde en zoals je ziet bij 2 kan een deel van A (en dus een deel van B, want A =
In een diagram: een grote cirkel is gebouwen. Daarin een kleinere cirkel, scholen. Alle scholen zijn immers gebouwen. Sommige scholen zijn tenten, dus een deel van de kleine cirkel is tent. Dit valt nog steeds binnen de grote gebouwencrikel, wat betekent dat sommige tenten gebouwen zijn. Dus de stelling 'geen gebouwen zijn tenten' is onjuist.
Weet je wat pas conflictvermijdend is? Wereldvrede.
vrijdag 24 augustus 2012 om 20:30
quote:Akakia schreef op 24 augustus 2012 @ 20:22:
Mag je hem omdraaien? Nee hè? Dus als er staat "Alle Apples zijn IPhones" dan geldt niet automatisch: Alle IPhones zijn Apples. Toch?
Nee, kijk maar:
1. Alle koeien zijn dieren
2. Vissen zijn dieren
Als je mocht omdraaien, is de logische conclusie: vissen zijn koeien.
Mag je hem omdraaien? Nee hè? Dus als er staat "Alle Apples zijn IPhones" dan geldt niet automatisch: Alle IPhones zijn Apples. Toch?
Nee, kijk maar:
1. Alle koeien zijn dieren
2. Vissen zijn dieren
Als je mocht omdraaien, is de logische conclusie: vissen zijn koeien.
Weet je wat pas conflictvermijdend is? Wereldvrede.
vrijdag 24 augustus 2012 om 20:33
quote:tyche schreef op 24 augustus 2012 @ 20:28:
[...]
Bij een stelling als 'tenten zijn gebouwen' en 'sommige scholen zijn tenten' kan jouw brein gaan protesteren door kennis die je al hebt: 'wacht eens even, een tent kan je verplaatsen en is kwetsbaar dus dat is geen gebouw!' of 'maar een tent in een school, dat slaat nergens op!' Dit vertroebelt je visie op de stelling.
Als je de onderdelen vervangt voor letters (tenten = A, gebouwen = B, scholen = C), krijg je:
1. (alle scholen zijn gebouwen) -> A = B
2. (sommige scholen zijn tenten) -> een deel van A = C
Stelling: (geen gebouwen zijn tenten) -> Geen B = C
Onjuist, want A en B zijn hetzelfde en zoals je ziet bij 2 kan een deel van A (en dus een deel van B, want A =
wel C zijn.
In een diagram: een grote cirkel is gebouwen. Daarin een kleinere cirkel, scholen. Alle scholen zijn immers gebouwen. Sommige scholen zijn tenten, dus een deel van de kleine cirkel is tent. Dit valt nog steeds binnen de grote gebouwencrikel, wat betekent dat sommige tenten gebouwen zijn. Dus de stelling 'geen gebouwen zijn tenten' is onjuist.Jij maakt een ander diagram van in mijn link. Maar waarschijnlijk wel een veel betere. Dat ga ik ook proberen.
[...]
Bij een stelling als 'tenten zijn gebouwen' en 'sommige scholen zijn tenten' kan jouw brein gaan protesteren door kennis die je al hebt: 'wacht eens even, een tent kan je verplaatsen en is kwetsbaar dus dat is geen gebouw!' of 'maar een tent in een school, dat slaat nergens op!' Dit vertroebelt je visie op de stelling.
Als je de onderdelen vervangt voor letters (tenten = A, gebouwen = B, scholen = C), krijg je:
1. (alle scholen zijn gebouwen) -> A = B
2. (sommige scholen zijn tenten) -> een deel van A = C
Stelling: (geen gebouwen zijn tenten) -> Geen B = C
Onjuist, want A en B zijn hetzelfde en zoals je ziet bij 2 kan een deel van A (en dus een deel van B, want A =
In een diagram: een grote cirkel is gebouwen. Daarin een kleinere cirkel, scholen. Alle scholen zijn immers gebouwen. Sommige scholen zijn tenten, dus een deel van de kleine cirkel is tent. Dit valt nog steeds binnen de grote gebouwencrikel, wat betekent dat sommige tenten gebouwen zijn. Dus de stelling 'geen gebouwen zijn tenten' is onjuist.Jij maakt een ander diagram van in mijn link. Maar waarschijnlijk wel een veel betere. Dat ga ik ook proberen.
vrijdag 24 augustus 2012 om 21:04
quote:frizzy schreef op 24 augustus 2012 @ 19:35:
Verkeerde, die vraag 5 had ik zelf ook goed.
Deze was de breinbreker:
3. a. Alle bomen zijn planten.
b. Sommige bomen zijn struiken.
Conclusie is: Geen van de planten is een struik.
Juist
Onjuist
Oke, met deze beginnen want dan heb je alles waarbij a "alle" bevat goed.
Als bij A staat dat alle bomen planten zijn kan je in B bomen vervangen door planten: dus dan wordt B: sommige planten zijn struiken. Weet jij nu dus mooi dat de conclusie onjuist is...
Toch?
Verkeerde, die vraag 5 had ik zelf ook goed.
Deze was de breinbreker:
3. a. Alle bomen zijn planten.
b. Sommige bomen zijn struiken.
Conclusie is: Geen van de planten is een struik.
Juist
Onjuist
Oke, met deze beginnen want dan heb je alles waarbij a "alle" bevat goed.
Als bij A staat dat alle bomen planten zijn kan je in B bomen vervangen door planten: dus dan wordt B: sommige planten zijn struiken. Weet jij nu dus mooi dat de conclusie onjuist is...
Toch?
vrijdag 24 augustus 2012 om 21:06
quote:didiridi schreef op 24 augustus 2012 @ 19:23:
Syllogisme:
1. Alle scholen zijn gebouwen.
2. Sommige scholen zijn tenten
A. Geen gebouwen zijn tenten
B. Sommige gebouwen zijn tenten
C. Alle gebouwen zijn tenten
D. Geen conclusie mogelijk
Bij deze kan het ook:
2 wordt dan sommige gebouwen zijn tenten: optie B dus...
Syllogisme:
1. Alle scholen zijn gebouwen.
2. Sommige scholen zijn tenten
A. Geen gebouwen zijn tenten
B. Sommige gebouwen zijn tenten
C. Alle gebouwen zijn tenten
D. Geen conclusie mogelijk
Bij deze kan het ook:
2 wordt dan sommige gebouwen zijn tenten: optie B dus...
vrijdag 24 augustus 2012 om 21:09
quote:frizzy schreef op 24 augustus 2012 @ 19:41:
1. a. Sommige reizigers zijn niet blank.
b. Geen van de toeristen is een reiziger.
Conclusie is: Sommige toeristen zijn niet blank.
Juist
Onjuist
Deze snap ik niet want hier praat je over twee dingen die elkaar nergens overlappen.
Ff lezen hoe ik deze uit kan leggen.
1. a. Sommige reizigers zijn niet blank.
b. Geen van de toeristen is een reiziger.
Conclusie is: Sommige toeristen zijn niet blank.
Juist
Onjuist
Deze snap ik niet want hier praat je over twee dingen die elkaar nergens overlappen.
Ff lezen hoe ik deze uit kan leggen.
vrijdag 24 augustus 2012 om 21:13
vrijdag 24 augustus 2012 om 21:18
quote:Suze02 schreef op 24 augustus 2012 @ 21:09:
[...]
Deze snap ik niet want hier praat je over twee dingen die elkaar nergens overlappen.
Ff lezen hoe ik deze uit kan leggen.
Deze speelt volgens mij vooral in op het feit dat mensen toeristen zien als reizigers en dan dus in de war raken.
De gegevens zeggen niets over de huidskleur van toeristen dus de stelling 'sommige toeristen zijn blank' is ongefundeerd (en dus onjuist).
In een diagram:
Cirkel reizigers overlapt deels met cirkel blank. Cirkel toeristen heeft geen overlap met reizigers (gegeven 2) en er is niets gezegd over het verband tussen toeristen en blank, dus ook daar geen overlap. Cirkel toeristen is dus een losse cirkel.
Het zou in theorie kunnen dat sommige toeristen blank zijn (de gegevens sluiten dat niet uit). Maar je kan het niet uit de gegevens afleiden, dus onjuist.
[...]
Deze snap ik niet want hier praat je over twee dingen die elkaar nergens overlappen.
Ff lezen hoe ik deze uit kan leggen.
Deze speelt volgens mij vooral in op het feit dat mensen toeristen zien als reizigers en dan dus in de war raken.
De gegevens zeggen niets over de huidskleur van toeristen dus de stelling 'sommige toeristen zijn blank' is ongefundeerd (en dus onjuist).
In een diagram:
Cirkel reizigers overlapt deels met cirkel blank. Cirkel toeristen heeft geen overlap met reizigers (gegeven 2) en er is niets gezegd over het verband tussen toeristen en blank, dus ook daar geen overlap. Cirkel toeristen is dus een losse cirkel.
Het zou in theorie kunnen dat sommige toeristen blank zijn (de gegevens sluiten dat niet uit). Maar je kan het niet uit de gegevens afleiden, dus onjuist.
Weet je wat pas conflictvermijdend is? Wereldvrede.